inspirarVervoeging
inspirar means inspireren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'inspirara', 'inspiraras', 'inspiráramos', 'inspiraran' voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'inspire', 'inspires', 'inspiremos', 'inspiren' voor wensen, twijfels, emoties en aanbevelingen.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no inspires', 'no inspire', 'no inspiremos', 'no inspiréis', 'no inspiren' voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'inspira', 'inspire', 'inspiremos', 'inspirad', 'inspiren' voor directe bevelen en suggesties.
Indicative
Conditional
Gebruik 'inspiraría', 'inspirarías', 'inspiraría', 'inspiraríamos', 'inspiraríais', 'inspirarían' voor hypothetica en beleefde verzoeken.
Preterite
Gebruik 'inspiré', 'inspiraste', 'inspiró', 'inspiramos', 'inspirasteis', 'inspiraron' voor voltooide handelingen in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'inspiraba', 'inspirabas', 'inspirábamos', 'inspiraban' voor doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
Gebruik 'inspiro', 'inspiras', 'inspira', 'inspiramos', 'inspiráis', 'inspiran' voor huidige of gebruikelijke handelingen.
Future
Gebruik 'inspiraré', 'inspirarás', 'inspirará', 'inspiraremos', 'inspiraréis', 'inspirarán' voor toekomstige handelingen of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng inspirar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'inspirar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent inspirar in het Spaans?
inspirar betekent "inspireren".
Is inspirar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
inspirar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je inspirar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van inspirar is: yo inspiro, tú inspiras, él/ella/usted inspira, nosotros inspiramos, vosotros inspiráis, ellos/ellas/ustedes inspiran.
Hoe vervoeg je inspirar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van inspirar is: yo inspiré, tú inspiraste, él/ella/usted inspiró, nosotros inspiramos, vosotros inspirasteis, ellos/ellas/ustedes inspiraron.
