instruirVervoeging
instruir means onderwijzen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van instruir gebruikt de 'y' van de pretérito: instruyera, instruyeras, instruyera, instruyéramos, instruyerais, instruyeran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van instruir gebruikt een 'y' in alle vormen: instruya, instruyas, instruya, instruyamos, instruyáis, instruyan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no instruyas, no instruya, no instruyamos, no instruyáis, no instruyan.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs om bevelen te geven: instruye (tú), instruya (usted), instruid (vosotros), instruyan (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van instruir is regelmatig: instruiría, instruirías, instruiría, instruiríamos, instruiríais, instruirían.
Preterite
Instruir in de pretérito heeft een 'y' in de derde persoon vormen: instruí, instruiste, instruyó, instruimos, instruisteis, instruyeron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van instruir is regelmatig: instruía, instruías, instruía, instruíamos, instruíais, instruían.
Present
De tegenwoordige tijd van instruir voegt een 'y' toe vóór de uitgangen: instruyo, instruyes, instruye, instruimos, instruís, instruyen.
Future
De toekomende tijd van instruir is regelmatig: instruiré, instruirás, instruirá, instruiremos, instruiréis, instruirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng instruir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'instruir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent instruir in het Spaans?
instruir betekent "onderwijzen".
Is instruir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
instruir is een irregular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je instruir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van instruir is: yo instruyo, tú instruyes, él/ella/usted instruye, nosotros instruimos, vosotros instruís, ellos/ellas/ustedes instruyen.
Hoe vervoeg je instruir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van instruir is: yo instruí, tú instruiste, él/ella/usted instruyó, nosotros instruimos, vosotros instruisteis, ellos/ellas/ustedes instruyeron.
