insultarVervoeging
insultar means beledigen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief, zoals 'insultara' of 'insultase', wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik vormen van de tegenwoordige tijd van de conjunctief, zoals 'insulte' (yo/él/ella/usted) en 'insulten' (ellos/ellas/ustedes) na uitdrukkingen van twijfel, emotie of verlangen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de conjunctief, zoals 'no insultes' (tú) of 'no insulte' (usted).
Imperative
Gebruik imperatiefvormen zoals 'insulta' (tú) en 'insulte' (usted) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd 'insultaría', 'insultarías', etc., is voor hypothetische situaties ('zou beledigen') en beleefde verzoeken.
Preterite
De pretérito indefinido van insultar is regelmatig: insulté, insultaste, insultó, insultamos, insultasteis, insultaron.
Imperfect
De imperfecto 'insultaba' beschrijft doorlopende of gebruikelijke beledigingen in het verleden, of zet de scène.
Present
De tegenwoordige tijd 'insulto', 'insultas', 'insulta', etc., beschrijft huidige acties, gewoonten of algemene waarheden over beledigen.
Future
De toekomende tijd 'insultaré', 'insultarás', etc., wordt gebruikt voor acties die zullen gebeuren of om waarschijnlijkheid uit te drukken.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng insultar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'insultar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent insultar in het Spaans?
insultar betekent "beledigen".
Is insultar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
insultar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je insultar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van insultar is: yo insulto, tú insultas, él/ella/usted insulta, nosotros insultamos, vosotros insultáis, ellos/ellas/ustedes insultan.
Hoe vervoeg je insultar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van insultar is: yo insulté, tú insultaste, él/ella/usted insultó, nosotros insultamos, vosotros insultasteis, ellos/ellas/ustedes insultaron.
