interponerVervoeging
interponer means een rechtszaak of beroep indienen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief gebruikt de onregelmatige 'interpusi-' stam, afgeleid van de preteritum.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'interponer' volgt de 'yo'-vorm (interpongo), wat resulteert in 'interpong'-uitgangen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt 'no' plus de tegenwoordige tijd conjunctief-vormen (interpongas).
Imperative
De imperatief gebruikt 'interpón' voor tú en 'interponga' voor formele bevelen.
Indicative
Conditional
De conditioneel gebruikt de onregelmatige stam 'interpondr-' (dezelfde als de toekomende tijd).
Preterite
'Interponer' is zeer onregelmatig in de preteritum, met de stam 'interpusi-' en speciale uitgangen.
Imperfect
De imperfectum van 'interponer' is volledig regelmatig: interponía, interponías, etc.
Present
De tegenwoordige tijd is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die een 'g' toevoegt (interpongo).
Future
De toekomende tijd gebruikt de onregelmatige stam 'interpondr-' gevolgd door standaard toekomende uitgangen.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng interponer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'interponer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent interponer in het Spaans?
interponer betekent "een rechtszaak of beroep indienen".
Is interponer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
interponer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je interponer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van interponer is: yo interpongo, tú interpones, él/ella/usted interpone, nosotros interponemos, vosotros interponéis, ellos/ellas/ustedes interponen.
Hoe vervoeg je interponer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van interponer is: yo interpuse, tú interpusiste, él/ella/usted interpuso, nosotros interpusimos, vosotros interpusisteis, ellos/ellas/ustedes interpusieron.
