invadirVervoeging
invadir means binnenvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'invadir' (invadiera, invadieras, etc.) drukt hypothetische acties of voorwaarden in het verleden uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'invadir' (invada, invadas, etc.) volgt uitdrukkingen van verlangen, twijfel, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no invadas', 'no invada', 'no invadamos', 'no invadan', 'no invadáis' voor negatieve bevelen met 'invadir'.
Imperative
Gebruik 'invade', 'invada', 'invadamos', 'invadan', 'invadid' voor directe bevelen met 'invadir'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'invadir' is regelmatig: invadiría, invadirías, invadiría, invadiríamos, invadiríais, invadirían.
Preterite
De pretérito indefinido van 'invadir' is regelmatig: invadí, invadiste, invadió, invadimos, invadisteis, invadieron.
Imperfect
De imperfectum van 'invadir' is regelmatig: invadía, invadías, invadía, invadíamos, invadíais, invadían.
Present
De tegenwoordige tijd van 'invadir' is regelmatig: invado, invades, invade, invadimos, invadís, invaden.
Future
De toekomende tijd van 'invadir' is regelmatig: invadiré, invadirás, invadirá, invadiremos, invadiréis, invadirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng invadir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'invadir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent invadir in het Spaans?
invadir betekent "binnenvallen".
Is invadir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
invadir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je invadir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van invadir is: yo invado, tú invades, él/ella/usted invade, nosotros invadimos, vosotros invadís, ellos/ellas/ustedes invaden.
Hoe vervoeg je invadir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van invadir is: yo invadí, tú invadiste, él/ella/usted invadió, nosotros invadimos, vosotros invadisteis, ellos/ellas/ustedes invadieron.
