inventarVervoeging
inventar betekent uitvinden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Negative Imperative
De 'imperativo negativo' van inventar gebruikt de vormen van de 'presente de subjuntivo': no inventes, no invente, no inventemos, no inventéis, no inventen.
Imperative
Het 'imperativo' van inventar geeft directe bevelen: inventa, invente, inventemos, inventad, inventen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De 'presente de subjuntivo' van inventar is regelmatig: invente, inventes, invente, inventemos, inventéis, inventen.
Imperfect Subjunctive
De 'pretérito imperfecto de subjuntivo' van inventar is regelmatig: inventara, inventaras, inventara, inventáramos, inventarais, inventaran.
Indicative
Preterite
Het 'pretérito indefinido' van inventar is regelmatig: inventé, inventaste, inventó, inventamos, inventasteis, inventaron.
Conditional
De 'condicional simple' van inventar is regelmatig: inventaría, inventarías, inventaría, inventaríamos, inventaríais, inventarían.
Imperfect
De 'pretérito imperfecto' van inventar is regelmatig: inventaba, inventabas, inventaba, inventábamos, inventabais, inventaban.
Present
De tegenwoordige tijd van inventar is regelmatig: invento, inventas, inventa, inventamos, inventáis, inventan.
Future
De 'futuro simple' van inventar is regelmatig: inventaré, inventarás, inventará, inventaremos, inventaréis, inventarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng inventar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'inventar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent inventar in het Spaans?
inventar betekent "uitvinden".
Is inventar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
inventar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je inventar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van inventar is: yo invento, tú inventas, él/ella/usted inventa, nosotros inventamos, vosotros inventáis, ellos/ellas/ustedes inventan.
Hoe vervoeg je inventar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van inventar is: yo inventé, tú inventaste, él/ella/usted inventó, nosotros inventamos, vosotros inventasteis, ellos/ellas/ustedes inventaron.
