invitarVervoeging
invitar betekent uitnodigen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van invitar is regelmatig: invito, invitas, invita, invitamos, invitáis, invitan.
Future
De toekomende tijd van invitar is regelmatig: invitaré, invitarás, invitará, invitaremos, invitaréis, invitarán.
Imperfect
De imperfectum van invitar is regelmatig: invitaba, invitabas, invitaba, invitábamos, invitabais, invitaban.
Conditional
De conditionele van invitar is regelmatig: invitaría, invitarías, invitaría, invitaríamos, invitaríais, invitarían.
Preterite
De preteritum van invitar is regelmatig: invité, invitaste, invitó, invitamos, invitasteis, invitaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor invitar gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: no invites, no invite, no invitemos, no invitéis, no inviten.
Imperative
Het affirmatieve imperatief van invitar is: invita (tú), invite (usted), invitemos (nosotros), invitad (vosotros), inviten (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van invitar is regelmatig: invite, invites, invite, invitemos, invitéis, inviten.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van invitar gebruikt de -ra uitgangen: invitara, invitaras, invitara, invitáramos, invitarais, invitaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng invitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'invitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent invitar in het Spaans?
invitar betekent "uitnodigen".
Is invitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
invitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je invitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van invitar is: yo invito, tú invitas, él/ella/usted invita, nosotros invitamos, vosotros invitáis, ellos/ellas/ustedes invitan.
Hoe vervoeg je invitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van invitar is: yo invité, tú invitaste, él/ella/usted invitó, nosotros invitamos, vosotros invitasteis, ellos/ellas/ustedes invitaron.
