Inklingo
Een lachend persoon die een felgekleurde feestuitnodiging naar een andere persoon uitsteekt, wat een uitnodiging symboliseert.

invitar

uitnodigen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord invitar betekent uitnodigen.

Tegenwoordige tijd:

yoinvito
invitas
él/ella/ustedinvita
nosotrosinvitamos
vosotrosinvitáis
ellos/ellas/ustedesinvitan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedinvita
yoinvito
invitas
ellos/ellas/ustedesinvitan
nosotrosinvitamos
vosotrosinvitáis

De tegenwoordige tijd van invitar is regelmatig: invito, invitas, invita, invitamos, invitáis, invitan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedinvitará
yoinvitaré
invitarás
ellos/ellas/ustedesinvitarán
nosotrosinvitaremos
vosotrosinvitaréis

De toekomende tijd van invitar is regelmatig: invitaré, invitarás, invitará, invitaremos, invitaréis, invitarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedinvitaba
yoinvitaba
invitabas
ellos/ellas/ustedesinvitaban
nosotrosinvitábamos
vosotrosinvitabais

De imperfectum van invitar is regelmatig: invitaba, invitabas, invitaba, invitábamos, invitabais, invitaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedinvitaría
yoinvitaría
invitarías
ellos/ellas/ustedesinvitarían
nosotrosinvitaríamos
vosotrosinvitaríais

De conditionele van invitar is regelmatig: invitaría, invitarías, invitaría, invitaríamos, invitaríais, invitarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedinvitó
yoinvité
invitaste
ellos/ellas/ustedesinvitaron
nosotrosinvitamos
vosotrosinvitasteis

De preteritum van invitar is regelmatig: invité, invitaste, invitó, invitamos, invitasteis, invitaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno inviten
nosotrosno invitemos
no invites
ustedno invite
vosotrosno invitéis

Negatieve bevelen voor invitar gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: no invites, no invite, no invitemos, no invitéis, no inviten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesinviten
nosotrosinvitemos
invita
ustedinvite
vosotrosinvitad

Het affirmatieve imperatief van invitar is: invita (tú), invite (usted), invitemos (nosotros), invitad (vosotros), inviten (ustedes).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedinvite
yoinvite
invites
ellos/ellas/ustedesinviten
nosotrosinvitemos
vosotrosinvitéis

De tegenwoordige tijd conjunctief van invitar is regelmatig: invite, invites, invite, invitemos, invitéis, inviten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedinvitara/invitase
yoinvitara/invitase
invitaras/invitases
ellos/ellas/ustedesinvitaran/invitasen
nosotrosinvitáramos/invitásemos
vosotrosinvitarais/invitaseis

De imperfectum conjunctief van invitar gebruikt de -ra uitgangen: invitara, invitaras, invitara, invitáramos, invitarais, invitaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng invitar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'invitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.