irrumpirVervoeging
irrumpir betekent binnenvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van irrumpir (bijv. 'irrumpiera') wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van irrumpir (bijv. 'irrumpa') wordt gebruikt voor wensen, twijfels en beïnvloeding.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen met irrumpir gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'no irrumpas'.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'irrumpe' en 'irrumpe' voor directe bevelen met irrumpir.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van irrumpir (bijv. 'irrumpiría') drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van irrumpir (bijv. 'irrumpió') markeert een voltooide actie van binnenvallen.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van irrumpir (bijv. 'irrumpía') beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen van binnenvallen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van irrumpir (bijv. 'irrumpe') beschrijft gebruikelijke of huidige acties van binnenvallen.
Future
De toekomende tijd van irrumpir (bijv. 'irrumpirá') voorspelt of drukt waarschijnlijkheid uit over binnenvallen.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng irrumpir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'irrumpir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent irrumpir in het Spaans?
irrumpir betekent "binnenvallen".
Is irrumpir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
irrumpir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je irrumpir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van irrumpir is: yo irrumpo, tú irrumpes, él/ella/usted irrumpe, nosotros irrumpimos, vosotros irrumpís, ellos/ellas/ustedes irrumpen.
Hoe vervoeg je irrumpir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van irrumpir is: yo irrumpí, tú irrumpiste, él/ella/usted irrumpió, nosotros irrumpimos, vosotros irrumpisteis, ellos/ellas/ustedes irrumpieron.
