jalarVervoeging
jalar means trekken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van jalar is jalara/jalase (hij/zij/u/ik), jalaras/jalases (jij), jaláramos/jalásemos (wij), jalaran/jalasen (zij/u allen), jalarais/jalaseis (jullie).
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van jalar is jale (ik/hij/zij/u), jales (jij), jalemos (wij), jalen (zij/u allen/jullie).
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van jalar gebruikt de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no jales (jij), no jale (u), no jalemos (wij), no jalen (jullie), no jaléis (jullie), no jalen (u allen).
Imperative
Het gebiedende wijs van jalar is jala (jij), jale (u), jalemos (wij), jalen (jullie), jala (jullie), jalen (u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van jalar is regelmatig: jalaría, jalarías, jalaría, jalaríamos, jalaríais, jalarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van jalar is regelmatig: jalé, jalaste, jaló, jalamos, jalasteis, jalaron.
Imperfect
De imperfectum van jalar is regelmatig: jalaba, jalabas, jalaba, jalábamos, jalabais, jalaban.
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd van jalar is regelmatig: jalo, jalas, jala, jalamos, jaláis, jalan.
Future
De toekomende tijd van jalar is regelmatig: jalaré, jalarás, jalará, jalaremos, jalaréis, jalarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng jalar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'jalar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent jalar in het Spaans?
jalar betekent "trekken".
Is jalar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
jalar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je jalar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van jalar is: yo jalo, tú jalas, él/ella/usted jala, nosotros jalamos, vosotros jaláis, ellos/ellas/ustedes jalan.
Hoe vervoeg je jalar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van jalar is: yo jalé, tú jalaste, él/ella/usted jaló, nosotros jalamos, vosotros jalasteis, ellos/ellas/ustedes jalaron.
