juntarVervoeging
juntar betekent samenvoegen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden imperfecte conjunctief (-ra of -se vorm) drukt wensen, twijfels of hypothetische situaties uit het verleden uit, zoals 'si juntara' (als ik zou samenvoegen).
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige conjunctief na wensen, twijfels, emoties of onzekerheid: 'junte' (ik/hij/zij/u), 'juntes' (jij), 'juntemos' (wij), 'juntéis' (jullie), 'junten' (zij/u allen).
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + tegenwoordige conjunctief: 'no juntes' (jij), 'no junte' (u), 'no juntemos' (wij), 'no junten' (jullie/zij), 'no juntéis' (jullie - jij/jullie).
Imperative
Geef directe bevelen met 'junta' (jij), 'junte' (u), 'juntemos' (wij), 'junten' (jullie/zij), 'juntad' (jullie - jij/jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'juntar' is regelmatig: juntaría, juntarías, juntaría, juntaríamos, juntaríais, juntarían. Gebruik voor 'zou' of beleefde verzoeken.
Preterite
Juntar is regelmatig in de preteritum: junté, juntaste, juntó, juntamos, juntasteis, juntaron. Gebruik voor voltooide acties.
Imperfect
Juntar is regelmatig in de imperfectum: juntaba, juntabas, juntaba, juntábamos, juntabais, juntaban. Gebruik voor doorlopende/gebruikelijke acties uit het verleden.
Present
Juntar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: junto, juntas, junta, juntamos, juntáis, juntan. Gebruik voor nu, gewoontes, waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'juntar' is regelmatig: juntaré, juntarás, juntará, juntaremos, juntaréis, juntarán. Gebruik voor toekomstige acties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng juntar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'juntar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent juntar in het Spaans?
juntar betekent "samenvoegen".
Is juntar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
juntar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je juntar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van juntar is: yo junto, tú juntas, él/ella/usted junta, nosotros juntamos, vosotros juntáis, ellos/ellas/ustedes juntan.
Hoe vervoeg je juntar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van juntar is: yo junté, tú juntaste, él/ella/usted juntó, nosotros juntamos, vosotros juntasteis, ellos/ellas/ustedes juntaron.
