Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Present Subjunctive

yojure
jures
él/ella/ustedjure
nosotrosjuremos
vosotrosjuréis
ellos/ellas/ustedesjuren

De tegenwoordige tijd subjunctuiv van 'jurar' gebruikt -e uitgangen: jure, jures, jure, juremos, juréis, juren.

Imperfect Subjunctive

yojurara
juraras
él/ella/ustedjurara
nosotrosjuráramos
vosotrosjurarais
ellos/ellas/ustedesjuraran

De verleden tijd subjunctuiv van 'jurar' is regelmatig: jurara, juraras, jurara, juráramos, jurarais, juraran.

Imperative

Imperative

jura
ustedjure
nosotrosjuremos
vosotrosjurad
ustedesjuren

De imperatief van 'jurar' gebruikt 'jura' (jij), 'jurad' (jullie) en subjunctiefvormen voor de rest.

Negative Imperative

no jures
ustedno jure
nosotrosno juremos
vosotrosno juréis
ustedesno juren

De negatieve imperatief van 'jurar' gebruikt de tegenwoordige tijd subjunctuiv: no jures, no jure, no juremos, no juréis, no juren.

Indicative

Present

yojuro
juras
él/ella/ustedjura
nosotrosjuramos
vosotrosjuráis
ellos/ellas/ustedesjuran

De tegenwoordige tijd van 'jurar' is regelmatig: juro, juras, jura, juramos, juráis, juran.

Preterite

yojuré
juraste
él/ella/ustedjuró
nosotrosjuramos
vosotrosjurasteis
ellos/ellas/ustedesjuraron

De verleden tijd van 'jurar' is regelmatig: juré, juraste, juró, juramos, jurasteis, juraron.

Future

yojuraré
jurarás
él/ella/ustedjurará
nosotrosjuraremos
vosotrosjuraréis
ellos/ellas/ustedesjurarán

De toekomende tijd van 'jurar' voegt uitgangen toe aan het hele werkwoord: juraré, jurarás, jurará, juraremos, juraréis, jurarán.

Imperfect

yojuraba
jurabas
él/ella/ustedjuraba
nosotrosjurábamos
vosotrosjurabais
ellos/ellas/ustedesjuraban

De onvoltooid verleden tijd van 'jurar' volgt het standaard -aba patroon: juraba, jurabas, juraba, jurábamos, jurabais, juraban.

Conditional

yojuraría
jurarías
él/ella/ustedjuraría
nosotrosjuraríamos
vosotrosjuraríais
ellos/ellas/ustedesjurarían

De conditioneel van 'jurar' is regelmatig: juraría, jurarías, juraría, juraríamos, juraríais, jurarían.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Breng jurar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'jurar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent jurar in het Spaans?

jurar betekent "zweren".

Is jurar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

jurar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je jurar in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van jurar is: yo juro, tú juras, él/ella/usted jura, nosotros juramos, vosotros juráis, ellos/ellas/ustedes juran.

Hoe vervoeg je jurar in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van jurar is: yo juré, tú juraste, él/ella/usted juró, nosotros juramos, vosotros jurasteis, ellos/ellas/ustedes juraron.

Gratis afdrukbare referentie

jurar vervoegingsspiekbrief

jurar vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs