leerVervoeging
leer betekent lezen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Leer' is regelmatig in de tegenwoordige tijd en volgt de standaard -er uitgangen: leo, lees, lee, leemos, leéis, leen.
Future
De toekomende tijd van 'leer' is regelmatig: voeg simpelweg de uitgangen -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het hele werkwoord.
Imperfect
De imperfectum van 'leer' is regelmatig voor -er werkwoorden: leía, leías, leía, leíamos, leíais, leían.
Conditional
De conditioneel van 'leer' is regelmatig: voeg de uitgangen -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe aan het hele werkwoord.
Preterite
De preteritum van 'leer' heeft een spellingwijziging waarbij 'i' verandert in 'y' in de derde persoon: leyó en leyeron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'leer' gebruiken altijd de present subjunctive vormen: no leas, no lea, no leamos, no leáis, no lean.
Imperative
Geef commando's met 'leer': lee (jij), lea (u), leamos (wij), leed (jullie), lean (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs (present subjunctive) van 'leer' is regelmatig: lea, leas, lea, leamos, leáis, lean.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van 'leer' gebruikt de 'y' van de preteritum: leyera, leyeras, leyera, leyéramos, leyerais, leyeran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng leer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'leer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent leer in het Spaans?
leer betekent "lezen".
Is leer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
leer is een regular with spelling changes -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je leer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van leer is: yo leo, tú lees, él/ella/usted lee, nosotros leemos, vosotros leéis, ellos/ellas/ustedes leen.
Hoe vervoeg je leer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van leer is: yo leí, tú leíste, él/ella/usted leyó, nosotros leímos, vosotros leísteis, ellos/ellas/ustedes leyeron.
