levantarVervoeging
levantar betekent tillen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Levantar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: levanto, levantas, levanta, levantamos, levantáis, levantan.
Future
De 'futuro simple' van 'levantar' gebruikt de infinitief plus -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án.
Imperfect
De 'pretérito imperfecto' van 'levantar' volgt het standaard -aba patroon: levantaba, levantabas, levantábamos.
Conditional
'Levantar' in de 'condicional' is regelmatig: infinitief + -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían.
Preterite
De 'pretérito indefinido' van 'levantar' is regelmatig: levanté, levantaste, levantó, levantamos, levantasteis, levantaron.
Imperative
Negative Imperative
De 'imperativo negativo' van 'levantar' gebruikt de 'presente de subjuntivo': no levantes, no levante.
Imperative
Het 'imperativo' van 'levantar' geeft directe bevelen: levanta (jij), levantad (jullie).
Subjunctive
Present Subjunctive
De 'presente de subjuntivo' van 'levantar' gebruikt -e uitgangen: levante, levantes, levantemos, etc.
Imperfect Subjunctive
De 'pretérito imperfecto de subjuntivo' van 'levantar' is regelmatig: levantara, levantaras, levantáramos.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng levantar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'levantar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent levantar in het Spaans?
levantar betekent "tillen".
Is levantar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
levantar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je levantar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van levantar is: yo levanto, tú levantas, él/ella/usted levanta, nosotros levantamos, vosotros levantáis, ellos/ellas/ustedes levantan.
Hoe vervoeg je levantar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van levantar is: yo levanté, tú levantaste, él/ella/usted levantó, nosotros levantamos, vosotros levantasteis, ellos/ellas/ustedes levantaron.
