limpiarVervoeging
limpiar betekent schoonmaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Imperative
Het bevestigende gebiedende wijs van 'limpiar' geeft directe bevelen: limpia, limpie, limpiemos, limpiad, limpien.
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'limpiar' gebruikt de tegenwoordige aanvoegende wijs: no limpies, no limpie, no limpiemos, no limpiéis, no limpien.
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden aanvoegende wijs van 'limpiar' gebruikt de stam 'limpiara': limpiara, limpiaras, limpiara, limpiáramos, limpiarais, limpiaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'limpiar' wisselt de -a in voor -e: limpie, limpies, limpie, limpiemos, limpiéis, limpien.
Indicative
Future
De toekomende tijd van 'limpiar' wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het hele werkwoord: limpiaré, limpiarás, limpiará, limpiaremos, limpiaréis, limpiarán.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'limpiar' is regelmatig: limpié, limpiaste, limpió, limpiamos, limpiasteis, limpiaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'limpiar' gebruikt standaard -ar uitgangen: limpiaba, limpiabas, limpiaba, limpiábamos, limpiabais, limpiaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'limpiar' gebruikt het hele werkwoord plus -ía uitgangen: limpiaría, limpiarías, limpiaría, limpiaríamos, limpiaríais, limpiarían.
Present
'Limpiar' is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: limpio, limpias, limpia, limpiamos, limpiáis, limpian.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng limpiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'limpiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent limpiar in het Spaans?
limpiar betekent "schoonmaken".
Is limpiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
limpiar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je limpiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van limpiar is: yo limpio, tú limpias, él/ella/usted limpia, nosotros limpiamos, vosotros limpiáis, ellos/ellas/ustedes limpian.
Hoe vervoeg je limpiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van limpiar is: yo limpié, tú limpiaste, él/ella/usted limpió, nosotros limpiamos, vosotros limpiasteis, ellos/ellas/ustedes limpiaron.
