liquidarVervoeging
liquidar means afbetalen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief 'liquidara' of 'liquidase' is voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief 'liquide', 'liquides', 'liquidemos', 'liquiden' drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no liquides', 'no liquide', 'no liquidemos', 'no liquiden', 'no liquidéis' voor negatieve bevelen met liquidar.
Imperative
Gebruik 'liquida', 'liquide', 'liquidemos', 'liquiden', 'liquidad' voor directe bevelen met liquidar.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd 'liquidaría', 'liquidarías', 'liquidaría', 'liquidaríamos', 'liquidaríais', 'liquidarían' betekent 'zou afhandelen'.
Preterite
De preteritum van liquidar is regelmatig: liquidé, liquidaste, liquidó, liquidamos, liquidasteis, liquidaron.
Imperfect
De imperfectum 'liquidaba', 'liquidabas', 'liquidaba', 'liquidábamos', 'liquidabais', 'liquidaban' beschrijft gewoontes of doorlopende acties uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd 'liquido', 'liquidas', 'liquida', 'liquidamos', 'liquidáis', 'lquidan' is voor nu, gewoontes of feiten.
Future
De toekomende tijd 'liquidaré', 'liquidarás', 'liquidará', 'liquidaremos', 'liquidaréis', 'liquidarán' spreekt over toekomstige acties.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng liquidar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'liquidar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent liquidar in het Spaans?
liquidar betekent "afbetalen".
Is liquidar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
liquidar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je liquidar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van liquidar is: yo liquido, tú liquidas, él/ella/usted liquida, nosotros liquidamos, vosotros liquidáis, ellos/ellas/ustedes liquidan.
Hoe vervoeg je liquidar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van liquidar is: yo liquidé, tú liquidaste, él/ella/usted liquidó, nosotros liquidamos, vosotros liquidasteis, ellos/ellas/ustedes liquidaron.
