llamarVervoeging
llamar betekent bellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van llamar is regelmatig: llamo, llamas, llama, llamamos, llamáis, llaman.
Future
De toekomende tijd van llamar gebruikt het hele werkwoord als basis: llamaré, llamarás, llamará, llamaremos, llamaréis, llamarán.
Imperfect
De imperfectum van llamar volgt het standaard -ar patroon: llamaba, llamabas, llamaba, llamábamos, llamabais, llamaban.
Conditional
De conditionele van llamar wordt gevormd door -ía uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen: llamaría, llamarías, llamaría, llamaríamos, llamaríais, llamarían.
Preterite
De verleden tijd van llamar is regelmatig: llamé, llamaste, llamó, llamamos, llamasteis, llamaron.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van llamar gebruikt de vormen van de tegenwoordige aanvoegende wijs: no llames, no llame, no llamemos, no llaméis, no llamen.
Imperative
De bevestigende gebiedende wijs van llamar gebruikt: llama (tú), llame (usted), llamemos (nosotros), llamad (vosotros), llamen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van llamar gebruikt -e uitgangen: llame, llames, llame, llamemos, llaméis, llamen.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van llamar is regelmatig: llamara, llamaras, llamara, llamáramos, llamarais, llamaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng llamar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'llamar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent llamar in het Spaans?
llamar betekent "bellen".
Is llamar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
llamar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je llamar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van llamar is: yo llamo, tú llamas, él/ella/usted llama, nosotros llamamos, vosotros llamáis, ellos/ellas/ustedes llaman.
Hoe vervoeg je llamar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van llamar is: yo llamé, tú llamaste, él/ella/usted llamó, nosotros llamamos, vosotros llamasteis, ellos/ellas/ustedes llamaron.
