llegarVervoeging
llegar means aankomen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'llegar' is volledig regelmatig: llego, llegas, llega, llegamos, llegáis, llegan.
Future
De toekomende tijd van 'llegar' is regelmatig: llegaré, llegarás, llegará, llegaremos, llegaréis, llegarán.
Imperfect
De imperfectum van 'llegar' is regelmatig: llegaba, llegabas, llegaba, llegábamos, llegabais, llegaban.
Conditional
De conditionele van 'llegar' is regelmatig: llegaría, llegarías, llegaría, llegaríamos, llegaríais, llegarían.
Preterite
De verleden tijd van 'llegar' is grotendeels regelmatig, maar heeft een spellingverandering in de 'yo'-vorm: 'llegué'.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van 'llegar' gebruikt altijd de 'gu'-spellingverandering: no llegues, no llegue, no lleguemos, no lleguéis, no lleguen.
Imperative
De gebiedende wijs van 'llegar' gebruikt 'llega' (tú) en 'llegue' (usted/ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'llegar' vereist een spellingverandering in alle vormen: llegue, llegues, llegue, lleguemos, lleguéis, lleguen.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs imperfectum van 'llegar' is regelmatig gebaseerd op de verleden tijd: llegara, llegaras, llegara, llegáramos, llegarais, llegaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng llegar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'llegar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent llegar in het Spaans?
llegar betekent "aankomen".
Is llegar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
llegar is een Spelling-changing -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je llegar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van llegar is: yo llego, tú llegas, él/ella/usted llega, nosotros llegamos, vosotros llegáis, ellos/ellas/ustedes llegan.
Hoe vervoeg je llegar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van llegar is: yo llegué, tú llegaste, él/ella/usted llegó, nosotros llegamos, vosotros llegasteis, ellos/ellas/ustedes llegaron.
