mamarVervoeging
mamar means zuigen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd conjunctief van 'mamar' (bijv. 'mamara', 'mamaras') wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'mamar' (bijv. 'mame', 'mames', 'mamen') drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'mamar' gebruiken 'no' plus de vormen van de tegenwoordige tijd conjunctief, zoals 'no mames' (jij) of 'no mamen' (jullie/u).
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'mama' (jij) en 'mamen' (jullie/u) voor directe commando's met 'mamar'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'mamar' (mamaría, mamarías, mamaría, etc.) drukt hypothetische acties ('zou zuigen') of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'mamar' (mamé, mamaste, mamó, mamamos, mamasteis, mamaron) beschrijft voltooide acties van het zuigen.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'mamar' (mamaba, mamabas, mamaba, mamábamos, mamabais, mamaban) beschrijft lopende of gebruikelijke zuigacties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'mamar' (mamo, mamas, mama, mamamos, mamáis, maman) beschrijft gebruikelijke of lopende acties van het zuigen.
Future
De toekomende tijd van 'mamar' (mamaré, mamarás, mamará, etc.) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng mamar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'mamar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent mamar in het Spaans?
mamar betekent "zuigen".
Is mamar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
mamar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je mamar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van mamar is: yo mamo, tú mamas, él/ella/usted mama, nosotros mamamos, vosotros mamáis, ellos/ellas/ustedes maman.
Hoe vervoeg je mamar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van mamar is: yo mamé, tú mamaste, él/ella/usted mamó, nosotros mamamos, vosotros mamasteis, ellos/ellas/ustedes mamaron.
