Inklingo
Een klein, eenvoudig figuurtje dat een kronkelend pad afloopt, actief wegbewegend van een helderblauw huisje, wat de handeling van vertrek illustreert.

marcharse

weggaan

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een pronominal (reflexive) and regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord marcharse betekent weggaan.

Tegenwoordige tijd:

yome marcho
te marchas
él/ella/ustedse marcha
nosotrosnos marchamos
vosotrosos marcháis
ellos/ellas/ustedesse marchan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedse marcha
yome marcho
te marchas
ellos/ellas/ustedesse marchan
nosotrosnos marchamos
vosotrosos marcháis

De tegenwoordige tijd van marcharse is regelmatig: me marcho, te marchas, se marcha, nos marchamos, os marcháis, se marchan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedse marchará
yome marcharé
te marcharás
ellos/ellas/ustedesse marcharán
nosotrosnos marcharemos
vosotrosos marcharéis

De toekomende tijd wordt gevormd door uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen: me marcharé, te marcharás, se marchará, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedse marchaba
yome marchaba
te marchabas
ellos/ellas/ustedesse marchaban
nosotrosnos marchábamos
vosotrosos marchabais

De imperfectum van marcharse gebruikt de -aba uitgangen: me marchaba, te marchabas, se marchaba, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedse marcharía
yome marcharía
te marcharías
ellos/ellas/ustedesse marcharían
nosotrosnos marcharíamos
vosotrosos marcharíais

De conditionele tijd gebruikt het hele werkwoord als basis: me marcharía, te marcharías, se marcharía, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedse marchó
yome marché
te marchaste
ellos/ellas/ustedesse marcharon
nosotrosnos marchamos
vosotrosos marchasteis

De preteritum van marcharse is regelmatig: me marché, te marchaste, se marchó, nos marchamos, os marchasteis, se marcharon.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno se marchen
nosotrosno nos marchemos
no te marches
ustedno se marche
vosotrosno os marchéis

Negatieve bevelen gebruiken de tegenwoordige subjunctive: no te marches, no se marche, no nos marchemos, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesmárchense
nosotrosmarchémonos
márchate
ustedmárchese
vosotrosmarchaos

De gebiedende wijs voor marcharse: márchate, márchese, marchémonos, marchaos, márchense.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedse marche
yome marche
te marches
ellos/ellas/ustedesse marchen
nosotrosnos marchemos
vosotrosos marchéis

De tegenwoordige subjunctive verandert de -a naar -e: me marche, te marches, se marche, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedse marchara/marchase
yome marchara/marchase
te marcharas/marchases
ellos/ellas/ustedesse marcharan/marchasen
nosotrosnos marcháramos/marchásemos
vosotrosos marcharais/marchaseis

De imperfectum subjunctive gebruikt de -ra uitgangen: me marchara, te marcharas, se marchara, etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng marcharse van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'marcharse' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.