matizarVervoeging
matizar means nuanceren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van matizar is regelmatig: matizara, matizaras, matizara, matizáramos, matizarais, matizaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van matizar vereist een spellingwijziging in alle vormen: matice, matices, matice, maticemos, maticéis, maticen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de 'c' spellingwijziging: no matices, no matice, no maticemos, no maticéis, no maticen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'z' voor de tú-vorm, maar 'c' voor formele en meervoudige commando's: matiza, matice, maticemos, maticéis, maticen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van matizar is regelmatig: matizaría, matizarías, matizaría, matizaríamos, matizaríais, matizarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd kent een spellingwijziging in de 'yo'-vorm: maticé, matizaste, matizó, matizamos, matizasteis, matizaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van matizar is regelmatig: matizaba, matizabas, matizaba, matizábamos, matizabais, matizaban.
Present
De tegenwoordige tijd van matizar is regelmatig: matizo, matizas, matiza, matizamos, matizáis, matizan.
Future
De toekomende tijd van matizar is regelmatig: matizaré, matizarás, matizará, matizaremos, matizaréis, matizarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng matizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'matizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent matizar in het Spaans?
matizar betekent "nuanceren".
Is matizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
matizar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je matizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van matizar is: yo matizo, tú matizas, él/ella/usted matiza, nosotros matizamos, vosotros matizáis, ellos/ellas/ustedes matizan.
Hoe vervoeg je matizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van matizar is: yo maticé, tú matizaste, él/ella/usted matizó, nosotros matizamos, vosotros matizasteis, ellos/ellas/ustedes matizaron.
