memorizarVervoeging
memorizar means onthouden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Memorizar is regelmatig in de imperfect subjunctive: memorizara, memorizaras, memorizara, memorizáramos, memorizarais, memorizaran.
Present Subjunctive
Memorizar verandert de 'z' in een 'c' in alle vormen: memorice, memorices, memorice, memoricemos, memoricéis, memoricen.
Imperative
Negative Imperative
De negative imperative gebruikt altijd de spellingverandering 'z' naar 'c': no memorices, no memorice, no memoricemos, no memoricéis, no memoricen.
Imperative
De imperative gebruikt 'memoriza' (tú) en heeft de 'z' naar 'c' verandering in formele en meervoudige commando's (memorice, memoricen).
Indicative
Conditional
Memorizar is regelmatig in de conditional: memorizaría, memorizarías, memorizaría, memorizaríamos, memorizaríais, memorizarían.
Preterite
Memorizar heeft een spellingverandering alleen in de 'yo'-vorm: memoricé; alle andere vormen zijn regelmatig.
Imperfect
Memorizar is regelmatig in de imperfect: memorizaba, memorizabas, memorizaba, memorizábamos, memorizabais, memorizaban.
Present
Memorizar is een volledig regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: memorizo, memorizas, memoriza, memorizamos, memorizáis, memorizan.
Future
Memorizar is regelmatig in de future: memorizaré, memorizarás, memorizará, memorizaremos, memorizaréis, memorizarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng memorizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'memorizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent memorizar in het Spaans?
memorizar betekent "onthouden".
Is memorizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
memorizar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je memorizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van memorizar is: yo memorizo, tú memorizas, él/ella/usted memoriza, nosotros memorizamos, vosotros memorizáis, ellos/ellas/ustedes memorizan.
Hoe vervoeg je memorizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van memorizar is: yo memoricé, tú memorizaste, él/ella/usted memorizó, nosotros memorizamos, vosotros memorizasteis, ellos/ellas/ustedes memorizaron.
