merecerVervoeging
merecer means verdienen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief gebruikt de stam 'merezc-' voor alle personen.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief gebruikt de stam 'merecie-': mereciera, merecieras, mereciera, mereciéramos, merecierais, merecieran.
Imperative
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'merece' voor tú en 'merezca' voor formele bevelen.
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de vormen van de conjunctief tegenwoordige tijd met 'no'.
Indicative
Present
Merecer is onregelmatig in de eerste persoon (yo merezco), terwijl de andere vormen reguliere -er patronen volgen.
Preterite
Merecer is regelmatig in de voltooid verleden tijd: merecí, mereciste, mereció, merecimos, merecisteis, merecieron.
Future
De toekomstige tijd van merecer is regelmatig: mereceré, merecerás, merecerá, mereceremos, mereceréis, merecerán.
Imperfect
Merecer is regelmatig in de verleden tijd onvoltooid: merecía, merecías, merecía, merecíamos, merecíais, merecían.
Conditional
De conditionele tijd van merecer is regelmatig: merecería, merecerías, merecería, mereceríamos, mereceríais, merecerían.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng merecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'merecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent merecer in het Spaans?
merecer betekent "verdienen".
Is merecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
merecer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je merecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van merecer is: yo merezco, tú mereces, él/ella/usted merece, nosotros merecemos, vosotros merecéis, ellos/ellas/ustedes merecen.
Hoe vervoeg je merecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van merecer is: yo merecí, tú mereciste, él/ella/usted mereció, nosotros merecimos, vosotros merecisteis, ellos/ellas/ustedes merecieron.
