mezclarVervoeging
mezclar means mengen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van mezclar gebruikt de -ra-uitgangen: mezclara, mezclaras, mezclara, mezcláramos, mezclarais, mezclaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van mezclar gebruikt 'e'-uitgangen: mezcle, mezcles, mezcle, mezclemos, mezcléis, mezclen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt 'no' plus de aanvoegende wijs: no mezcles, no mezcle, no mezclemos, no mezcléis, no mezclen.
Imperative
De gebiedende wijs van mezclar geeft commando's: mezcla (tú), mezcle (usted), mezclad (vosotros), mezclen (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van mezclar gebruikt het hele werkwoord plus -ía uitgangen: mezclaría, mezclarías, mezclaría, mezclaríamos, mezclaríais, mezclarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van mezclar is regelmatig: mezclé, mezclaste, mezcló, mezclamos, mezclasteis, mezclaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van mezclar gebruikt de standaard -aba uitgangen: mezclaba, mezclabas, mezclaba, mezclábamos, mezclabais, mezclaban.
Present
De tegenwoordige tijd van mezclar is volledig regelmatig: mezclo, mezclas, mezcla, mezclamos, mezcláis, mezclan.
Future
De toekomende tijd van mezclar voegt uitgangen toe aan het hele werkwoord: mezclaré, mezclarás, mezclará, mezclaremos, mezclaréis, mezclarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng mezclar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'mezclar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent mezclar in het Spaans?
mezclar betekent "mengen".
Is mezclar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
mezclar is een regular (with a small spelling change) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je mezclar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van mezclar is: yo mezclo, tú mezclas, él/ella/usted mezcla, nosotros mezclamos, vosotros mezcláis, ellos/ellas/ustedes mezclan.
Hoe vervoeg je mezclar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van mezclar is: yo mezclé, tú mezclaste, él/ella/usted mezcló, nosotros mezclamos, vosotros mezclasteis, ellos/ellas/ustedes mezclaron.
