miarVervoeging
miar betekent miauwen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'miar' (bijv. miara, miaras, miáramos) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd van 'miar' (míe, míes, miemos, miéis, míen) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's met 'miar' gebruiken de conjunctief: no míes (jij), no míe (u), no miemos (wij), no miéis (jullie), no míen (u allen).
Imperative
Gebiedende wijs met 'miar' zijn: mía (jij), míe (u), miemos (wij), miad (jullie), míen (u allen).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'miar' (miaría, miarías, miaría, miaríamos, miaríais, miarían) drukt hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomstige gebeurtenissen vanuit een verleden perspectief uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'miar' (mié, miaste, mió, miamos, miasteis, miaron) beschrijft voltooide miauwgeluiden.
Imperfect
De imperfectum van 'miar' (miaba, miabas, miaba, miábamos, miabais, miaban) beschrijft vroegere gebruikelijke of doorlopende miauwgeluiden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'miar' (mío, mías, mía, miamos, miáis, mían) beschrijft gebruikelijke of huidige miauwgeluiden.
Future
De toekomende tijd van 'miar' (miaré, miarás, miará, miaremos, miaréis, miarán) voorspelt of speculeert over toekomstige miauwgeluiden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng miar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'miar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent miar in het Spaans?
miar betekent "miauwen".
Is miar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
miar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je miar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van miar is: yo mío, tú mías, él/ella/usted mía, nosotros miamos, vosotros miáis, ellos/ellas/ustedes mían.
Hoe vervoeg je miar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van miar is: yo mié, tú miaste, él/ella/usted mió, nosotros miamos, vosotros miasteis, ellos/ellas/ustedes miaron.
