mimarVervoeging
mimar means verwent.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs (subjunctief) van mimar (mimara, mimaras, mimara, mimáramos, mimarais, mimaran) wordt gebruikt voor hypothetische situaties en wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs (subjunctief) van mimar (mime, mimes, mime, mimemos, miméis, mimen) drukt wensen, twijfels en emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no mimes', 'no mime', 'no mimemos', 'no mimen', 'no miméis' voor negatieve bevelen met mimar.
Imperative
Gebruik 'mima', 'mime', 'mimemos', 'mimen', 'mimad' voor directe bevelen met mimar.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van mimar (mimaría, mimarías, mimaría, mimaríamos, mimaríais, mimarían) betekent 'zou verwennen'.
Preterite
De voltooid verleden tijd (preterito) van mimar is regelmatig: mimé, mimaste, mimó, mimamos, mimasteis, mimaron.
Imperfect
De imperfectum van mimar (mimaba, mimabas, mimaba, mimábamos, mimabais, mimaban) beschrijft gewoontes of doorlopende acties van verwennen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van mimar (mimo, mimas, mima, mimamos, mimáis, miman) betekent 'verwennen' (gewoonlijk of op dit moment).
Future
De toekomende tijd van mimar (mimaré, mimarás, mimará, mimaremos, mimaréis, mimarán) betekent 'zal verwennen'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng mimar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'mimar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent mimar in het Spaans?
mimar betekent "verwent".
Is mimar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
mimar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je mimar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van mimar is: yo mimo, tú mimas, él/ella/usted mima, nosotros mimamos, vosotros mimáis, ellos/ellas/ustedes miman.
Hoe vervoeg je mimar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van mimar is: yo mimé, tú mimaste, él/ella/usted mimó, nosotros mimamos, vosotros mimasteis, ellos/ellas/ustedes mimaron.
