molarVervoeging
molar means cool zijn.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De 'imperfecto de subjuntivo' van 'molar' beschrijft verleden hypothetische situaties of wensen: 'molaría' (het zou cool zijn), 'molara' (hij/zij/het zou cool kunnen zijn).
Present Subjunctive
De 'presente de subjuntivo' van 'molar' drukt wensen, twijfels of emoties uit: 'moles' (dat jij cool bent), 'mole' (dat hij/zij/het cool is).
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'molar' gebruiken de 'presente de subjuntivo': ¡no moles! (jij informeel), ¡no moléis! (jullie informeel).
Imperative
Gebruik het 'imperativo' van 'molar' voor directe bevelen: ¡mola! (jij informeel), ¡molad! (jullie informeel).
Indicative
Conditional
De 'condicional' van 'molar' drukt hypothetische coolheid uit: 'molaría' (het zou cool zijn), 'molarías' (jij zou cool zijn).
Preterite
De 'pretérito' van 'molar' is regelmatig: 'molé', 'molaste', 'moló', 'molamos', 'molasteis', 'molaron'.
Imperfect
De 'imperfecto' van 'molar' beschrijft verleden gewoontes of doorlopende staten: 'molaba' (het was cool), 'molabas' (jij was cool).
Present
De tegenwoordige tijd van 'molar' betekent 'cool zijn' of 'leuk vinden': 'molo' (ik ben cool), 'molas' (jij bent cool), 'mola' (het is cool).
Future
De toekomende tijd van 'molar' voorspelt toekomstige coolheid: 'molaré' (ik zal cool zijn), 'molará' (het zal cool zijn).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng molar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'molar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent molar in het Spaans?
molar betekent "cool zijn".
Is molar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
molar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je molar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van molar is: yo molo, tú molas, él/ella/usted mola, nosotros molamos, vosotros moláis, ellos/ellas/ustedes molan.
Hoe vervoeg je molar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van molar is: yo molé, tú molaste, él/ella/usted moló, nosotros molamos, vosotros molasteis, ellos/ellas/ustedes molaron.
