molestarVervoeging
molestar betekent lastigvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Molestar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: molesto, molestas, molesta, molestamos, molestáis, molestan.
Future
De toekomende tijd van molestar voegt uitgangen toe aan het infinitief: molestaré, molestarás, molestará, molestaremos, molestaréis, molestarán.
Imperfect
De imperfectum van molestar volgt het standaard -aba patroon: molestaba, molestabas, molestaba, molestábamos, molestabais, molestaban.
Conditional
De conditioneel van molestar gebruikt het infinitief plus -ía uitgangen: molestaría, molestarías, molestaría, molestaríamos, molestaríais, molestaría.
Preterite
Het preteritum van molestar is regelmatig: molesté, molestaste, molestó, molestamos, molestasteis, molestaron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van molestar gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no molestes, no moleste, no molestemos, no molestéis, no molesten.
Imperative
Het imperatief van molestar geeft directe bevelen: molesta (jij), moleste (u), molestad (jullie).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van molestar wisselt -ar uit voor -e uitgangen: moleste, molestes, moleste, molestemos, molestéis, molesten.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van molestar gebruikt de 'molestara'-uitgangen: molestara, molestas, molestara, molestáramos, molestarais, molestaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng molestar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'molestar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent molestar in het Spaans?
molestar betekent "lastigvallen".
Is molestar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
molestar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je molestar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van molestar is: yo molesto, tú molestas, él/ella/usted molesta, nosotros molestamos, vosotros molestáis, ellos/ellas/ustedes molestan.
Hoe vervoeg je molestar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van molestar is: yo molesté, tú molestaste, él/ella/usted molestó, nosotros molestamos, vosotros molestasteis, ellos/ellas/ustedes molestaron.
