mostrarVervoeging
mostrar betekent tonen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Mostrar' is een o > ue stamklinkerwisseling werkwoord in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van 'mostrar' is regelmatig: mostraré, mostrarás, mostrará, mostraremos, mostraréis, mostrarán.
Imperfect
'Mostrar' is regelmatig in de imperfectum: mostraba, mostrabas, mostraba, mostrábamos, mostrabais, mostraban.
Conditional
De conditioneel van 'mostrar' is regelmatig: mostraría, mostrarías, mostraría, mostraríamos, mostraríais, mostrarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'mostrar' is regelmatig: mostré, mostraste, mostró, mostramos, mostrasteis, mostraron.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende gebiedende wijs is gebaseerd op de tegenwoordige aanvoegende wijs: no muestres, no muestre, no mostremos, no mostréis, no muestren.
Imperative
Bevestigende gebiedende wijs gebruikt de stamklinkerwisseling: muestra (tú), muestre (usted), mostremos (nosotros), mostrad (vosotros), muestren (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs volgt de o > ue stamklinkerwisseling: muestre, muestres, muestre, mostremos, mostréis, muestren.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs is regelmatig: mostrara, mostraras, mostrara, mostráramos, mostrarais, mostraran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng mostrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'mostrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent mostrar in het Spaans?
mostrar betekent "tonen".
Is mostrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
mostrar is een irregular (o>ue stem change in some forms) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je mostrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van mostrar is: yo muestro, tú muestras, él/ella/usted muestra, nosotros mostramos, vosotros mostráis, ellos/ellas/ustedes muestran.
Hoe vervoeg je mostrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van mostrar is: yo mostré, tú mostraste, él/ella/usted mostró, nosotros mostramos, vosotros mostrasteis, ellos/ellas/ustedes mostraron.
