mudarVervoeging
mudar betekent verhuizen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'mudar' (mudara/mudase vormen) drukt wensen, hypothetische situaties of onzekerheid in het verleden uit.
Present Subjunctive
De onvoltooid tegenwoordige conjunctief van 'mudar' (mude, mudes, mudemos, mudéis, muden) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende commando's voor 'mudar' gebruiken de onvoltooid tegenwoordige conjunctief: no mudes, no mude, no mudemos, no mudéis, no muden.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'mudar' is grotendeels regelmatig: muda, mude, mudemos, mudad, muden.
Indicative
Conditional
De conditionele van 'mudar' (mudaría, mudarías, mudaría, mudaríamos, mudaríais, mudarían) drukt hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De pretérito van 'mudar' is regelmatig: mudé, mudaste, mudó, mudamos, mudasteis, mudaron.
Imperfect
De imperfecto van 'mudar' (mudaba, mudabas, mudaba, mudábamos, mudabais, mudaban) beschrijft verleden gewoontes of doorlopende acties.
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd van 'mudar' (mudo, mudas, muda, mudamos, mudáis, mudan) beschrijft huidige acties of gewoontes.
Future
De toekomende tijd van 'mudar' (mudaré, mudarás, mudará, mudaremos, mudaréis, mudarán) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng mudar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'mudar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent mudar in het Spaans?
mudar betekent "verhuizen".
Is mudar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
mudar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je mudar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van mudar is: yo mudo, tú mudas, él/ella/usted muda, nosotros mudamos, vosotros mudáis, ellos/ellas/ustedes mudan.
Hoe vervoeg je mudar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van mudar is: yo mudé, tú mudaste, él/ella/usted mudó, nosotros mudamos, vosotros mudasteis, ellos/ellas/ustedes mudaron.
