musicarVervoeging
musicar betekent op muziek zetten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'musicar' (musicara, musicaras, etc.) drukt twijfels, wensen of hypothetische situaties uit het verleden uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'musicar' (musique, musiques, etc.) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'musicar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no musiques, no musique, no musiquemos, etc.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'musicar' is grotendeels regelmatig, met 'musica' voor tú en 'musica' voor vosotros.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'musicar' is regelmatig: musicaría, musicarías, musicaría, musicaríamos, musicaríais, musicarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'musicar' is regelmatig: musicé, musicaste, musicó, musicamos, musicasteis, musicaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'musicar' is regelmatig: musicaba, musicabas, musicaba, musicábamos, musicabais, musicaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'musicar' is regelmatig: musico, musicas, musica, musicamos, musicáis, musican.
Future
De toekomende tijd van 'musicar' is regelmatig: musicaré, musicarás, musicará, musicaremos, musicaréis, musicarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng musicar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'musicar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent musicar in het Spaans?
musicar betekent "op muziek zetten".
Is musicar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
musicar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je musicar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van musicar is: yo musico, tú musicas, él/ella/usted musica, nosotros musicamos, vosotros musicáis, ellos/ellas/ustedes musican.
Hoe vervoeg je musicar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van musicar is: yo musiqué, tú musicaste, él/ella/usted musicó, nosotros musicamos, vosotros musicasteis, ellos/ellas/ustedes musicaron.
