Inklingo
Een vriendelijke verteller zittend in een grote fauteuil, omringd door een groep aandachtige kinderen die op een kleed zitten.

narrar

vertellen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord narrar betekent vertellen.

Tegenwoordige tijd:

yonarro
narras
él/ella/ustednarra
nosotrosnarramos
vosotrosnarráis
ellos/ellas/ustedesnarran

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedesnarraran
yonarrara
narraras
vosotrosnarrarais
nosotrosnarráramos
él/ella/ustednarrara

De imperfect subjunctive van narrar gebruikt vormen als 'narrara' of 'narrase' voor hypothetische situaties in het verleden of bijzinnen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesnarren
yonarre
narres
vosotrosnarréis
nosotrosnarremos
él/ella/ustednarre

Gebruik 'narre', 'narres', 'narremos', 'narren' voor wensen, twijfels, emoties en meer.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no narres
vosotrosno narréis
ustedesno narren
nosotrosno narremos
ustedno narre

Gebruik 'no narres', 'no narre', 'no narremos', 'no narren', 'no narréis' voor negatieve bevelen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

narra
vosotrosnarrad
ustedesnarren
nosotrosnarremos
ustednarre

Gebruik 'narra', 'narre', 'narremos', 'narren', 'narrad' voor directe bevelen met narrar.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedesnarrarían
yonarraría
narrarías
vosotrosnarraríais
nosotrosnarraríamos
él/ella/ustednarraría

Gebruik 'narraría', 'narrarías', 'narraría', etc., voor hypothetische situaties ('zou vertellen').

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedesnarraron
yonarré
narraste
vosotrosnarrasteis
nosotrosnarramos
él/ella/ustednarró

Gebruik 'narras' voor voltooide handelingen in het verleden, zoals 'NARRÉ la historia ayer'.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedesnarraban
yonarraba
narrabas
vosotrosnarrabais
nosotrosnarrábamos
él/ella/ustednarraba

Gebruik 'narraba', 'narras', 'narraba', 'narrábamos', 'narrabais', 'narraban' voor voortdurende of gewoontematige handelingen in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesnarran
yonarro
narras
vosotrosnarráis
nosotrosnarramos
él/ella/ustednarra

Gebruik 'narro', 'narras', 'narra', 'narramos', 'narráis', 'narran' voor huidige of gewoontematige handelingen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedesnarrarán
yonarraré
narrarás
vosotrosnarraréis
nosotrosnarraremos
él/ella/ustednarrará

Gebruik 'narraré', 'narrarás', 'narrará', etc., voor handelingen die zullen plaatsvinden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng narrar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'narrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.