narrarVervoeging
narrar betekent vertellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van narrar gebruikt vormen als 'narrara' of 'narrase' voor hypothetische situaties in het verleden of bijzinnen.
Present Subjunctive
Gebruik 'narre', 'narres', 'narremos', 'narren' voor wensen, twijfels, emoties en meer.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no narres', 'no narre', 'no narremos', 'no narren', 'no narréis' voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'narra', 'narre', 'narremos', 'narren', 'narrad' voor directe bevelen met narrar.
Indicative
Conditional
Gebruik 'narraría', 'narrarías', 'narraría', etc., voor hypothetische situaties ('zou vertellen').
Preterite
Gebruik 'narras' voor voltooide handelingen in het verleden, zoals 'NARRÉ la historia ayer'.
Imperfect
Gebruik 'narraba', 'narras', 'narraba', 'narrábamos', 'narrabais', 'narraban' voor voortdurende of gewoontematige handelingen in het verleden.
Present
Gebruik 'narro', 'narras', 'narra', 'narramos', 'narráis', 'narran' voor huidige of gewoontematige handelingen.
Future
Gebruik 'narraré', 'narrarás', 'narrará', etc., voor handelingen die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng narrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'narrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent narrar in het Spaans?
narrar betekent "vertellen".
Is narrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
narrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je narrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van narrar is: yo narro, tú narras, él/ella/usted narra, nosotros narramos, vosotros narráis, ellos/ellas/ustedes narran.
Hoe vervoeg je narrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van narrar is: yo narré, tú narraste, él/ella/usted narró, nosotros narramos, vosotros narrasteis, ellos/ellas/ustedes narraron.
