Inklingo
Twee cartoonfiguren zitten tegenover elkaar aan een kleine houten tafel en schudden elkaar de hand boven een document, wat een succesvolle onderhandeling symboliseert.

negociar

onderhandelen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord negociar betekent onderhandelen.

Tegenwoordige tijd:

yonegocio
negocias
él/ella/ustednegocia
nosotrosnegociamos
vosotrosnegociáis
ellos/ellas/ustedesnegocian

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustednegocia
yonegocio
negocias
ellos/ellas/ustedesnegocian
nosotrosnegociamos
vosotrosnegociáis

'Negociar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: negocio, negocias, negocia, negociamos, negociáis, negocian.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustednegociará
yonegociaré
negociarás
ellos/ellas/ustedesnegociarán
nosotrosnegociaremos
vosotrosnegociaréis

'Negociar' is regelmatig in de toekomende tijd: negociaré, negociarás, negociará, negociaremos, negociaréis, negociarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustednegociaba
yonegociaba
negociabas
ellos/ellas/ustedesnegociaban
nosotrosnegociábamos
vosotrosnegociabais

'Negociar' is regelmatig in de imperfectum: negociaba, negociabas, negociaba, negociábamos, negociabais, negociaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustednegociaría
yonegociaría
negociarías
ellos/ellas/ustedesnegociarían
nosotrosnegociaríamos
vosotrosnegociaríais

'Negociar' is regelmatig in de conditioneel: negociaría, negociarías, negociaría, negociaríamos, negociaríais, negociarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustednegoció
yonegocié
negociaste
ellos/ellas/ustedesnegociaron
nosotrosnegociamos
vosotrosnegociasteis

'Negociar' is regelmatig in de verleden tijd: negocié, negociaste, negoció, negociamos, negociasteis, negociaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno negocien
nosotrosno negociemos
no negocies
ustedno negocie
vosotrosno negociéis

Het negatieve gebiedende wijs van 'negociar' gebruikt vormen van de tegenwoordige conjunctief: no negocies, no negocie, no negociemos, no negociéis, no negocien.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesnegocien
nosotrosnegociemos
negocia
ustednegocie
vosotrosnegociad

Het gebiedende wijs van 'negociar' geeft directe bevelen: negocia, negocie, negociemos, negociad, negocien.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustednegocie
yonegocie
negocies
ellos/ellas/ustedesnegocien
nosotrosnegociemos
vosotrosnegociéis

De tegenwoordige conjunctief van 'negociar' gebruikt -e uitgangen: negocie, negocies, negocie, negociemos, negociéis, negocien.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustednegociara
yonegociara
negociaras
ellos/ellas/ustedesnegociaran
nosotrosnegociáramos
vosotrosnegociarais

De imperfecte conjunctief van 'negociar' volgt de stam van de 'ellos' verleden tijd: negociara, negociaras, negociara, negociáramos, negociarais, negociaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng negociar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'negociar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.