Inklingo

negociar

neh-go-see-ARne.ɣoˈsjaɾ

negociar betekent onderhandelen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

onderhandelen, afdingen

Ook: voorwaarden bespreken
WerkwoordB1regular ar
Twee cartoonfiguren zitten tegenover elkaar aan een kleine houten tafel en schudden elkaar de hand boven een document, wat een succesvolle onderhandeling symboliseert.
infinitivenegociar
gerundnegociando
past Participlenegociado

📝 In Actie

Necesitamos negociar un mejor precio con el proveedor.

B1

We moeten een betere prijs met de leverancier onderhandelen.

Ellos están negociando la paz después de muchos meses de conflicto.

B2

Zij onderhandelen over vrede na vele maanden van conflict.

Si quieres un descuento, tienes que negociar.

A2

Als je korting wilt, moet je afdingen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • pactar (overeenkomen/vastleggen)
  • transar (compromissen sluiten (Latijns-Amerika))

Veelvoorkomende Collocaties

  • negociar un acuerdoeen overeenkomst onderhandelen
  • negociar los términosde voorwaarden onderhandelen

handelen, zaken doen

Ook: drijven in
WerkwoordB2regular arformal
Spain
Een cartoonfiguur biedt een mand appels aan een andere figuur die een grote vis aanbiedt, wat een uitwisseling van goederen illustreert.
infinitivenegociar
gerundnegociando
past Participlenegociado

📝 In Actie

La empresa solo negocia con productos orgánicos.

B2

Het bedrijf handelt alleen in biologische producten.

Históricamente, los comerciantes solían negociar en el puerto.

C1

Historisch gezien deden kooplieden zaken in de haven.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • comerciar (handelen)
  • vender (verkopen)

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustednegocia
yonegocio
negocias
ellos/ellas/ustedesnegocian
nosotrosnegociamos
vosotrosnegociáis

imperfect

él/ella/ustednegociaba
yonegociaba
negociabas
ellos/ellas/ustedesnegociaban
nosotrosnegociábamos
vosotrosnegociabais

preterite

él/ella/ustednegoció
yonegocié
negociaste
ellos/ellas/ustedesnegociaron
nosotrosnegociamos
vosotrosnegociasteis

subjunctive

present

él/ella/ustednegocie
yonegocie
negocies
ellos/ellas/ustedesnegocien
nosotrosnegociemos
vosotrosnegociéis

imperfect

él/ella/ustednegociara
yonegociara
negociaras
ellos/ellas/ustedesnegociaran
nosotrosnegociáramos
vosotrosnegociarais

Vertaal naar het Spaans

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: negociar

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'negociar' in de zin van 'goederen verhandelen' in plaats van 'voorwaarden bespreken'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord *negotium*, wat zelf een combinatie is van *nec* (niet) en *otium* (vrije tijd of rust). De oorspronkelijke betekenis was dus 'geen vrije tijd', wat 'werk' of 'zaken' betekent. Dit komt overeen met de Nederlandse etymologie van 'negotiatie' of 'negociatie'.

Eerste vermelding: Around the 13th century in Spanish.

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: negoziarePortuguese: negociar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'negociar' altijd formeel?

Niet noodzakelijk. Hoewel het gebruikelijk is in zakelijke en politieke contexten, kun je het informeel gebruiken bij het afdingen op een markt of het bespreken van klusjes met een familielid. Het betekent simpelweg 'proberen tot een overeenkomst te komen'.

Wat is het verschil tussen 'negociar' en 'regatear'?

'Negociar' is de algemene term voor het bespreken van voorwaarden, wat van toepassing kan zijn op alles, van vredesverdragen tot contracten. 'Regatear' is meestal veel specifieker en verwijst alleen naar het heen-en-weer afdingen over een prijs, vaak op een markt. In het Nederlands is 'afdingen' een goed equivalent voor 'regatear'.