Inklingo

vender

ben-derbenˈdeɾ

vender betekent verkopen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

verkopenOok: op de markt brengen

WerkwoordA1regular er
Een cartoonverkoper wisselt een felrode appel in voor een klein hoopje gouden munten die door een klant worden vastgehouden.
infinitivevender
gerundvendiendo
past Participlevendido

📝 In Actie

Mi tío vende autos usados en el mercado.

A1

Mijn oom verkoopt tweedehands auto's op de markt.

¿A qué precio vendieron la casa finalmente?

A2

Voor welke prijs hebben ze het huis uiteindelijk verkocht?

Estamos vendiendo los productos a mitad de precio para liquidar el inventario.

B1

We verkopen de producten voor de helft van de prijs om de voorraad op te ruimen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • comerciar (handelen)
  • deshacerse de (zich ontdoen van)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • vender caroduur verkopen
  • vender al por mayorgroothandel verkopen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • vender humorook verkopen (opscheppen, overdrijven of misleiden)

verraden, zichzelf verkopenOok: voor gek zetten

WerkwoordC1regular erneutral/informal (often figurative)
Mexico
Een klein figuurtje dat in het geheim een opgerolde perkamentrol (een geheim) doorgeeft aan een verborgen, schimmige hand die achter een felgekleurd gordijn vandaan komt, wat verraad symboliseert.

📝 In Actie

Se vendió a la empresa por un ascenso y mucho dinero.

C1

Hij heeft zich verkocht aan het bedrijf voor een promotie en veel geld.

No puedes vender a tus amigos revelando sus secretos.

B2

Je kunt je vrienden niet verraden door hun geheimen te onthullen.

Los críticos dicen que el artista se ha vendido al mercado comercial.

C1

Critici zeggen dat de artiest zich heeft verkocht aan de commerciële markt.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • vender el almazijn ziel verkopen

Indicative

Present

yovendo
vendes
él/ella/ustedvende
nosotrosvendemos
vosotrosvendéis
ellos/ellas/ustedesvenden

Imperfect

yovendía
vendías
él/ella/ustedvendía
nosotrosvendíamos
vosotrosvendíais
ellos/ellas/ustedesvendían

Preterite

yovendí
vendiste
él/ella/ustedvendió
nosotrosvendimos
vosotrosvendisteis
ellos/ellas/ustedesvendieron

Subjunctive

Present Subjunctive

yovenda
vendas
él/ella/ustedvenda
nosotrosvendamos
vosotrosvendáis
ellos/ellas/ustedesvendan

Imperfect Subjunctive

yovendiera
vendieras
él/ella/ustedvendiera
nosotrosvendiéramos
vosotrosvendierais
ellos/ellas/ustedesvendieran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "vender" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vender

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt de figuurlijke, negatieve betekenis van 'vender'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *vendere*, dat zelf gevormd is door twee oudere Latijnse ideeën te combineren: *venum* (wat 'iets te koop' betekent) en *dare* (wat 'geven' betekent). Dus, 'vender' betekent letterlijk 'iets te koop geven'.

Eerste vermelding: Around the 10th century (in early Spanish/Iberian dialects)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: venderItalian: vendereFrench: vendre

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wordt 'vender' geconjugeerd zoals 'ir' of 'estar'?

'Vender' is een regelmatig -ER werkwoord, wat de vervoeging zeer voorspelbaar en gemakkelijk maakt! Het volgt niet de speciale, onregelmatige patronen van werkwoorden zoals 'ir' (gaan) of 'estar' (zijn).

Wat is het belangrijkste zelfstandig naamwoord gerelateerd aan 'vender'?

Het belangrijkste gerelateerde zelfstandig naamwoord is 'la venta', wat 'de verkoop' betekent. Je zult dit woord constant in het Spaans horen, van 'punto de venta' (verkooppunt) tot 'oferta de venta' (verkoopaanbieding).