aprender
ah-prehn-DEHR
/apɾenˈdeɾ/
Snelle Referentie
📝 In Actie
¿Dónde puedo aprender español?
A1Waar kan ik Spaans leren?
Mi hijo está aprendiendo a leer en la escuela.
A2Mijn zoon leert lezen op school.
Aprendimos la noticia por la radio esta mañana.
A2We kwamen vanochtend het nieuws te weten op de radio.
Siempre se puede aprender de los errores del pasado.
B1Je kunt altijd leren van fouten uit het verleden.
💡 Grammaticapunten
Een vaardigheid leren (aprender A)
Wanneer je leert HOE je iets moet doen (een vaardigheid, zoals koken of zwemmen), moet je altijd het woord 'a' direct vóór het werkwoord van de actie plaatsen: 'aprender a + infinitief.' Voorbeeld: 'Aprendió a nadar' (Hij leerde zwemmen).
Een feit leren (aprender Ø)
Wanneer je een stuk informatie of een taal leert, gebruik je GEEN 'a'. Je gaat direct naar hetgeen wat je geleerd hebt. Voorbeeld: 'Aprendió la historia' (Hij leerde de geschiedenis) of 'Aprendió inglés' (Hij leerde Spaans).
❌ Veelgemaakte Fouten
Het vergeten van 'a'
Fout: “Quiero aprender cocinar. (Nederlandse sprekers vergeten dit vaak omdat in het Nederlands 'Ik wil koken leren' geen voorzetsel vereist.)”
Correctie: Quiero aprender a cocinar. (De 'a' is essentieel bij het leren van een vaardigheid.)
⭐ Gebruikstips
Actief versus Passief
Onthoud het verschil: 'aprender' betekent jij verwerft kennis, terwijl 'enseñar' betekent jij geeft kennis (onderwijzen). Ze zijn elkaars tegenovergestelden!
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: aprender
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'aprender' correct om te praten over het verwerven van een vaardigheid?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'aprender' en 'estudiar'?
'Aprender' richt zich op het *resultaat*—de verwerving van kennis of een vaardigheid (Ik heb Spaans geleerd). 'Estudiar' richt zich op het *proces*—de handeling van tijd besteden aan boeken, lessen of inspanning (Ik heb voor het examen gestudeerd). Je kunt studeren zonder te leren, maar je kunt niet leren zonder enige vorm van studie of ervaring.
Hoe zeg ik 'Ik heb hem Spaans geleerd' met 'aprender'?
Dat kan niet. 'Aprender' betekent 'leren'. Het juiste werkwoord voor 'onderwijzen' is 'enseñar'. De zin zou zijn: 'Yo le enseñé español.'