Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Indicative

Present

yovendo
vendes
él/ella/ustedvende
nosotrosvendemos
vosotrosvendéis
ellos/ellas/ustedesvenden

Vender is een regelmatig -er werkwoord in de tegenwoordige tijd: vendo, vendes, vende, vendemos, vendéis, venden.

Future

yovenderé
venderás
él/ella/ustedvenderá
nosotrosvenderemos
vosotrosvenderéis
ellos/ellas/ustedesvenderán

Vender is regelmatig in de toekomende tijd: venderé, venderás, venderá, venderemos, venderéis, venderán.

Imperfect

yovendía
vendías
él/ella/ustedvendía
nosotrosvendíamos
vosotrosvendíais
ellos/ellas/ustedesvendían

Vender in de imperfectum is regelmatig: vendía, vendías, vendía, vendíamos, vendíais, vendían.

Conditional

yovendería
venderías
él/ella/ustedvendería
nosotrosvenderíamos
vosotrosvenderíais
ellos/ellas/ustedesvenderían

Vender is regelmatig in de conditionele wijs: vendería, venderías, vendería, venderíamos, venderíais, venderían.

Preterite

yovendí
vendiste
él/ella/ustedvendió
nosotrosvendimos
vosotrosvendisteis
ellos/ellas/ustedesvendieron

Het verleden deelwoord van vender is regelmatig: vendí, vendiste, vendió, vendimos, vendisteis, vendieron.

Imperative

Negative Imperative

no vendas
ustedno venda
nosotrosno vendamos
vosotrosno vendáis
ustedesno vendan

De negatieve gebiedende wijs van vender gebruikt conjunctief vormen: no vendas, no venda, no vendamos, no vendáis, no vendan.

Imperative

vende
ustedvenda
nosotrosvendamos
vosotrosvended
ustedesvendan

De gebiedende wijs van vender geeft directe commando's: vende, venda, vendamos, vended, vendan.

Subjunctive

Present Subjunctive

yovenda
vendas
él/ella/ustedvenda
nosotrosvendamos
vosotrosvendáis
ellos/ellas/ustedesvendan

De tegenwoordige conjunctief van vender gebruikt -a uitgangen: venda, vendas, venda, vendamos, vendáis, vendan.

Imperfect Subjunctive

yovendiera
vendieras
él/ella/ustedvendiera
nosotrosvendiéramos
vosotrosvendierais
ellos/ellas/ustedesvendieran

Vender in de imperfectum conjunctief is: vendiera, vendieras, vendiera, vendiéramos, vendierais, vendieran.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Breng vender van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'vender' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent vender in het Spaans?

vender betekent "verkopen".

Is vender een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

vender is een regular -er werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je vender in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van vender is: yo vendo, tú vendes, él/ella/usted vende, nosotros vendemos, vosotros vendéis, ellos/ellas/ustedes venden.

Hoe vervoeg je vender in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van vender is: yo vendí, tú vendiste, él/ella/usted vendió, nosotros vendimos, vosotros vendisteis, ellos/ellas/ustedes vendieron.

Gratis afdrukbare referentie

vender vervoegingsspiekbrief

vender vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs