ocurrirVervoeging
ocurrir betekent gebeuren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurro, ocurres, ocurre, ocurrimos, ocurrís, ocurren.
Future
De toekomende tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriré, ocurrirás, ocurrirá, ocurriremos, ocurriréis, ocurrirán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurría, ocurrías, ocurría, ocurríamos, ocurríais, ocurrían.
Conditional
De conditionele tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriría, ocurrirías, ocurriría, ocurriríamos, ocurriríais, ocurrirían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurrí, ocurriste, ocurrió, ocurrimos, ocurristeis, ocurrieron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve gebiedende wijs van 'ocurrir' is regelmatig: no ocurras, no ocurra, no ocurramos, no ocurráis, no ocurran.
Imperative
Hetgebiedende wijs van 'ocurrir' is regelmatig: ocurre, ocurra, ocurramos, ocurrid, ocurran.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'ocurrir' is regelmatig: ocurra, ocurras, ocurra, ocurramos, ocurráis, ocurran.
Imperfect Subjunctive
De verleden conjunctief van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriera, ocurrieras, ocurriera, ocurriéramos, ocurrierais, ocurrieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ocurrir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ocurrir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ocurrir in het Spaans?
ocurrir betekent "gebeuren".
Is ocurrir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ocurrir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ocurrir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ocurrir is: yo ocurro, tú ocurres, él/ella/usted ocurre, nosotros ocurrimos, vosotros ocurrís, ellos/ellas/ustedes ocurren.
Hoe vervoeg je ocurrir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ocurrir is: yo ocurrí, tú ocurriste, él/ella/usted ocurrió, nosotros ocurrimos, vosotros ocurristeis, ellos/ellas/ustedes ocurrieron.
