Inklingo
Een felgele bliksemschicht die plotseling de grond raakt nabij een boom onder een blauwe hemel, wat een plotselinge gebeurtenis illustreert.

ocurrir

gebeuren

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ir werkwoord.

Het Spaanse werkwoord ocurrir betekent gebeuren.

Tegenwoordige tijd:

yoocurro
ocurres
él/ella/ustedocurre
nosotrosocurrimos
vosotrosocurrís
ellos/ellas/ustedesocurren

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedocurre
yoocurro
ocurres
ellos/ellas/ustedesocurren
nosotrosocurrimos
vosotrosocurrís

De tegenwoordige tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurro, ocurres, ocurre, ocurrimos, ocurrís, ocurren.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedocurrirá
yoocurriré
ocurrirás
ellos/ellas/ustedesocurrirán
nosotrosocurriremos
vosotrosocurriréis

De toekomende tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriré, ocurrirás, ocurrirá, ocurriremos, ocurriréis, ocurrirán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedocurría
yoocurría
ocurrías
ellos/ellas/ustedesocurrían
nosotrosocurríamos
vosotrosocurríais

De onvoltooid verleden tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurría, ocurrías, ocurría, ocurríamos, ocurríais, ocurrían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedocurriría
yoocurriría
ocurrirías
ellos/ellas/ustedesocurrirían
nosotrosocurriríamos
vosotrosocurriríais

De conditionele tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriría, ocurrirías, ocurriría, ocurriríamos, ocurriríais, ocurrirían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedocurrió
yoocurrí
ocurriste
ellos/ellas/ustedesocurrieron
nosotrosocurrimos
vosotrosocurristeis

De voltooid verleden tijd van 'ocurrir' is regelmatig: ocurrí, ocurriste, ocurrió, ocurrimos, ocurristeis, ocurrieron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ellos/ellas/ustedesno ocurran
nosotrosno ocurramos
no ocurras
ustedno ocurra
vosotrosno ocurráis

Het negatieve gebiedende wijs van 'ocurrir' is regelmatig: no ocurras, no ocurra, no ocurramos, no ocurráis, no ocurran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesocurran
nosotrosocurramos
ocurre
ustedocurra
vosotrosocurrid

Hetgebiedende wijs van 'ocurrir' is regelmatig: ocurre, ocurra, ocurramos, ocurrid, ocurran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedocurra
yoocurra
ocurras
ellos/ellas/ustedesocurran
nosotrosocurramos
vosotrosocurráis

De tegenwoordige conjunctief van 'ocurrir' is regelmatig: ocurra, ocurras, ocurra, ocurramos, ocurráis, ocurran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedocurriera
yoocurriera
ocurrieras
ellos/ellas/ustedesocurrieran
nosotrosocurriéramos
vosotrosocurrierais

De verleden conjunctief van 'ocurrir' is regelmatig: ocurriera, ocurrieras, ocurriera, ocurriéramos, ocurrierais, ocurrieran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng ocurrir van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ocurrir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.