Inklingo

ocurrir

oh-koo-reero.kuˈriɾ

ocurrir betekent gebeuren in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

gebeuren, plaatsvindenOok: voorkomen

WerkwoordA1regular ir
Een felgele bliksemschicht die plotseling de grond raakt nabij een boom onder een blauwe hemel, wat een plotselinge gebeurtenis illustreert.
infinitiveocurrir
gerundocurriendo
past Participleocurrido

📝 In Actie

¿Qué ocurrió anoche en el parque?

A1

Wat is er gisteravond in het park gebeurd?

Las inundaciones ocurren cada primavera.

A2

De overstromingen gebeuren elk voorjaar.

Si esto vuelve a ocurrir, tendremos que hablar.

B1

Als dit nog eens gebeurt, moeten we praten.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • algo ocurrióer gebeurde iets
  • el evento ocurrióhet evenement vond plaats

opkomen bij (iemand), invallenOok: in gedachten komen

WerkwoordB1regular ir
Een jong persoon die rustig zit en nadenkend kijkt, met een grote, gestileerde, felgele sleutel die direct boven hun hoofd zweeft, wat een plotseling idee symboliseert.
infinitiveocurrirse
gerundocurriéndose
past Participleocurrido

📝 In Actie

Se me ocurrió una idea fantástica para el proyecto.

B1

Er kwam een fantastisch idee bij me op voor het project. (Letterlijk: Een idee is mij overkomen.)

¿No se te ocurre nada mejor?

B1

Kun jij niets beters bedenken? (Letterlijk: Komt er niets beters bij jou op?)

Nunca se nos ocurrió preguntarles la verdad.

B2

Het is nooit bij ons opgekomen om hen de waarheid te vragen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • pensar (denken)
  • venir a la mente (in gedachten komen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • se me ocurrió una ideaer kwam een idee bij me op
  • no se le ocurre nadaer komt niets bij hem/haar op

Indicative

Present

yoocurro
ocurres
él/ella/ustedocurre
nosotrosocurrimos
vosotrosocurrís
ellos/ellas/ustedesocurren

Imperfect

yoocurría
ocurrías
él/ella/ustedocurría
nosotrosocurríamos
vosotrosocurríais
ellos/ellas/ustedesocurrían

Preterite

yoocurrí
ocurriste
él/ella/ustedocurrió
nosotrosocurrimos
vosotrosocurristeis
ellos/ellas/ustedesocurrieron

Subjunctive

Present Subjunctive

yoocurra
ocurras
él/ella/ustedocurra
nosotrosocurramos
vosotrosocurráis
ellos/ellas/ustedesocurran

Imperfect Subjunctive

yoocurriera
ocurrieras
él/ella/ustedocurriera
nosotrosocurriéramos
vosotrosocurrierais
ellos/ellas/ustedesocurrieran

🔀 Commonly Confused With

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "ocurrir" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: ocurrir

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'ocurrir' correct in de zin van 'in gedachten komen'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
la ocurrencia(een ingeving; een geestige opmerking)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Van het Latijnse werkwoord *occurrere*, gevormd door de combinatie van *ob-* (wat 'tegen' of 'naar' betekent) en *currere* (wat 'rennen' betekent). Het betekende letterlijk 'naar iets toe rennen' of 'ontmoeten', wat evolueerde naar de moderne betekenis van 'gebeuren' of 'tegenkomen'.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

English: to occurFrench: courir (related root)

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wordt 'ocurrir' altijd onpersoonlijk gebruikt?

Vrijwel altijd. Wanneer het 'gebeuren' betekent, gebruikt het alleen de derde persoon (het/zij/hen). Wanneer het 'in gedachten komen' betekent (ocurrírsele), gebruikt het nog steeds de derde persoon werkwoordsvormen, maar de *persoon* wordt aangegeven door de meewerkend voornaamwoorden (me, te, le, etc.).

Wat is het verschil tussen 'ocurrir' en 'pasar' (gebeuren)?

'Ocurrir' is iets formeler en wordt vaak verkozen in geschreven taal of formele aankondigingen. 'Pasar' is zeer gebruikelijk en flexibel in het dagelijkse gesproken Spaans.