vivir
bee-BEER
/biˈβiɾ/
Vivir (leven) betekent in leven zijn en bestaan.
📝 In Actie
Mi abuela vivió noventa y ocho años.
A2Mijn grootmoeder leefde achtennegentig jaar.
Los peces viven en el agua.
A1Vissen leven in het water.
¡Vive y deja vivir!
B1Leven en laten leven!
💡 Grammaticapunten
Een Regelmatige -ir Werkwoord
Goed nieuws! 'Vivir' volgt het standaardpatroon voor werkwoorden die eindigen op -ir. Zodra je de uitgangen voor één werkwoord kent, ken je ze ook voor 'vivir'.
⭐ Gebruikstips
Spreken over Levensduur
Dit is de betekenis die je gebruikt om te praten over hoe lang een persoon, dier of zelfs een beschaving heeft bestaan. Bijvoorbeeld: 'Los romanos vivieron por muchos siglos' (De Romeinen leefden vele eeuwen).

Het werkwoord vivir (wonen) is de meest gebruikelijke manier om te zeggen waar je verblijft.
vivir(Werkwoord)
wonen
?verblijven op een plek
verblijven
?more formal, to inhabit
,resident zijn
?formal, official
📝 In Actie
¿Dónde vives?
A1Waar woon jij?
Vivo en un apartamento en el centro de la ciudad.
A1Ik woon in een appartement in het stadscentrum.
Mis padres viven con mi hermano.
A2Mijn ouders wonen bij mijn broer.
💡 Grammaticapunten
Gebruik 'en' voor Locatie
Om te zeggen waar je woont, gebruik je altijd het woord 'en' na 'vivir'. Bijvoorbeeld: 'Vivo en México' (Ik woon in Mexico).
❌ Veelgemaakte Fouten
'Vivir' vs. 'Estar'
Fout: “Estoy en España. (Wanneer je bedoelt dat je er permanent woont)”
Correctie: Gebruik 'vivir' voor je permanente woning: 'Vivo en España.' Gebruik 'estar' voor tijdelijke locatie: 'Ahora estoy en España de vacaciones' (Nu ben ik op vakantie in Spanje).
⭐ Gebruikstips
Het Sleutelwerkwoord voor 'Waar woon je?'
Hoewel er andere woorden zijn zoals 'residir', zul je in 99% van de normale gesprekken 'vivir' gebruiken om te vragen waar iemand woont en om dat te beantwoorden.

In deze context betekent vivir (beleven) het doormaken van een moment of gebeurtenis.
📝 In Actie
He vivido momentos muy felices aquí.
B1Ik heb hier zeer gelukkige momenten beleefd.
Es una experiencia que todos deberían vivir.
B2Het is een ervaring die iedereen zou moeten meemaken.
Nuestros abuelos vivieron una guerra.
B2Onze grootouders hebben een oorlog meegemaakt.
⭐ Gebruikstips
Meer dan Alleen Bestaan
Dit gebruik van 'vivir' gaat over de kwaliteit en inhoud van het leven, niet alleen over het feit dat men in leven is. Het gaat over de situaties, emoties en gebeurtenissen die je doormaakt.

Vivir de (leven van) wordt gebruikt wanneer men bespreekt hoe iemand zichzelf financieel onderhoudt.
vivir(Werkwoord)
leven van
?zichzelf onderhouden met iets
zijn brood verdienen met
?professionally
📝 In Actie
Ella vive de la pintura.
B1Zij verdient haar geld met schilderen.
No se puede vivir solo de amor.
B1Je kunt niet alleen van liefde leven.
Mucha gente en esta zona vive del turismo.
B2Veel mensen in dit gebied leven van toerisme.
💡 Grammaticapunten
Structuur: 'vivir de...'
Deze betekenis gebruikt bijna altijd het woord 'de' er direct achter. 'Vivir de' betekent 'leven van' iets, zoals een baan, een vaardigheid of een bron.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vivir
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'vivir' om 'zijn brood te verdienen' te betekenen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'vivir en' en 'estar en'?
Gebruik 'vivir en' voor je permanente huis of verblijfplaats ('Vivo en Londres'). Gebruik 'estar en' voor je tijdelijke locatie op dit moment ('Estoy en la oficina', 'Estoy en París de vacaciones'). 'Vivir' gaat over waar je leven is gevestigd, terwijl 'estar' gaat over waar je lichaam zich op dat moment bevindt.
Hoe gebruik ik '¡Viva!' in uitroepen?
¡Viva! is een speciale vorm van 'vivir' die wordt gebruikt om te juichen. Het betekent 'Lang leve...!' of 'Hiep hiep hoera voor...!'. Je hoort het vaak bij vieringen, zoals '¡Viva México!' op Onafhankelijkheidsdag, of '¡Vivan los novios!' (Lang leve het bruidspaar!) op een bruiloft.