Hoe zeg je "leven van" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “leven van” is “vivir” — B1 niveau.
Dutch → SpaansB1
VerbB1
zichzelf onderhouden met iets

Voorbeelden
Ella vive de la pintura.
Zij verdient haar geld met schilderen.
No se puede vivir solo de amor.
Je kunt niet alleen van liefde leven.
Mucha gente en esta zona vive del turismo.
Veel mensen in dit gebied leven van toerisme.
Structuur: 'vivir de...'
Deze betekenis gebruikt bijna altijd het woord 'de' er direct achter. 'Vivir de' betekent 'leven van' iets, zoals een baan, een vaardigheid of een bron.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.