Inklingo

Hoe zeg je "leven" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorlevenis vidagebruik 'vida' voor de algemene staat van levend zijn, de duur van iemands bestaan, of een specifieke levensstijl of sfeer.

vida🔊A1-B1

Gebruik 'vida' voor de algemene staat van levend zijn, de duur van iemands bestaan, of een specifieke levensstijl of sfeer.

Meer leren →
vivir🔊A1

Gebruik 'vivir' als het werkwoord voor 'in leven zijn' of 'bestaan'.

Meer leren →
viva🔊B1

Gebruik 'viva' als een specifieke vorm van het werkwoord 'vivir', vaak in de betekenis van 'in leven zijn' (bv. 'hopelijk leeft hij nog lang').

Meer leren →
existir🔊B1

Gebruik 'existir' wanneer 'leven' de betekenis heeft van 'voortbestaan' of 'rondkomen', vaak in een context van beperkte middelen of een eenzijdig bestaan.

Meer leren →
animaciónB1

Gebruik 'animación' om 'levendigheid', drukte of een bruisende sfeer aan te duiden, vaak op openbare plaatsen.

Meer leren →
vitalidad🔊B2

Gebruik 'vitalidad' om de 'levensvatbaarheid' of de kracht van iets aan te duiden, zoals een taal of een organisatie.

Meer leren →
pellejo🔊B2

Gebruik 'pellejo' (informeel) om te verwijzen naar iemands fysieke veiligheid of het risico op gevaar voor het eigen leven.

Meer leren →
Dutch → Spaans

vida

bee-dahˈbi.ða

SustantivoA1-B1Algemeen
Gebruik 'vida' voor de algemene staat van levend zijn, de duur van iemands bestaan, of een specifieke levensstijl of sfeer.
Een klein groen spruitje dat door donkere aarde omhoog komt, wat het begin van het leven voorstelt.

Voorbeelden

La vida es bella.

Het leven is mooi.

La vida es un regalo.

Het leven is een geschenk.

Hay señales de vida en el planeta.

Er zijn tekenen van leven op de planeet.

He vivido aquí toda mi vida.

Ik woon hier mijn hele leven al.

Het is een Meisje! (Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord)

'Vida' is een vrouwelijk woord, dus je gebruikt er altijd 'la' of 'una' bij, zoals 'la vida' (het leven) of 'una vida' (een leven). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'de' gebruiken voor de meeste zelfstandige naamwoorden, maar in het Spaans is het geslacht vastgelegd.

vivir

bee-BEERbiˈβiɾ

VerboA1Algemeen
Gebruik 'vivir' als het werkwoord voor 'in leven zijn' of 'bestaan'.
Een persoon die op een weelderige groene heuvel staat met de armen gespreid onder een heldere zon, wat vitaliteit en de daad van leven symboliseert.

Voorbeelden

Mi abuelo vivió noventa y ocho años.

Mijn grootvader leefde achtennegentig jaar.

Mi abuela vivió noventa y ocho años.

Mijn grootmoeder leefde achtennegentig jaar.

Los peces viven en el agua.

Vissen leven in het water.

¡Vive y deja vivir!

Leven en laten leven!

Een Regelmatige -ir Werkwoord

Goed nieuws! 'Vivir' volgt het standaardpatroon voor werkwoorden die eindigen op -ir. Zodra je de uitgangen voor één werkwoord kent, ken je ze ook voor 'vivir'.

viva

bee-bahˈbi.ba

VerboB1Algemeen
Gebruik 'viva' als een specifieke vorm van het werkwoord 'vivir', vaak in de betekenis van 'in leven zijn' (bv. 'hopelijk leeft hij nog lang').
Een vereenvoudigd figuur dat kalm op een groene heuvel zit en kijkt naar een vredige, kleurrijke zonsondergang aan de horizon.

Voorbeelden

Espero que mi abuela viva muchos años más.

Ik hoop dat mijn grootmoeder nog vele jaren leeft.

El médico quiere que yo viva sin estrés.

De dokter wil dat ik zonder stress leef.

¡Viva usted su vida!

Leef uw leven! (formeel gebod)

De 'Wens'-werkwoordsvorm (Aanvoegende Wijs)

'Viva' is een speciale werkwoordsvorm die wordt gebruikt na woorden die wensen, twijfels of emoties uitdrukken, zoals 'espero que' (ik hoop dat) of 'quiero que' (ik wil dat). Het geeft aan dat iets geen zeker feit is. Dit is vergelijkbaar met de Aanvoegende Wijs (Aanvoegende Wijs) in het Nederlands, hoewel het Spaans dit veel vaker gebruikt.

Formele Geboden

Je gebruikt 'viva' ook om een beleefd, formeel gebod aan één persoon ('usted') te geven. Een dokter zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: 'Viva una vida más sana' (Leef een gezonder leven).

existir

ehk-sees-TEEReɣ.sisˈtiɾ

VerboB1Algemeen
Gebruik 'existir' wanneer 'leven' de betekenis heeft van 'voortbestaan' of 'rondkomen', vaak in een context van beperkte middelen of een eenzijdig bestaan.
Een klein, gezond groen spruitje duwt zich krachtig omhoog uit donkerbruine aarde naar een heldere zon, wat de daad van leven en voortbestaan illustreert.

Voorbeelden

Ella solo existe para su trabajo; no tiene vida social.

Zij leeft alleen voor haar werk; ze heeft geen sociaal leven.

En ese pueblo, la gente existe con muy pocos recursos.

In dat dorp leven de mensen van zeer weinig middelen.

Existimos en un mundo lleno de contradicciones.

We leven in een wereld vol tegenstrijdigheden.

Existir versus Vivir

Hoewel beide 'leven' betekenen, verwijst 'vivir' meestal naar de daad van levend zijn of ergens wonen. 'Existir' in deze zin draagt vaak een diepere, meer reflectieve toon over de kwaliteit of het doel van het leven.

animación

SustantivoB1Algemeen
Gebruik 'animación' om 'levendigheid', drukte of een bruisende sfeer aan te duiden, vaak op openbare plaatsen.

Voorbeelden

Hay mucha animación en las calles durante el festival.

Er is veel levendigheid in de straten tijdens het festival.

vitalidad

bee-tah-lee-DAHDbita-liˈðað

SustantivoB2Algemeen
Gebruik 'vitalidad' om de 'levensvatbaarheid' of de kracht van iets aan te duiden, zoals een taal of een organisatie.
Een klein groen spruitje dat uit een scheur in een steen groeit.

Voorbeelden

La vitalidad de una lengua depende de que las nuevas generaciones la hablen.

De levensvatbaarheid van een taal hangt af van nieuwe generaties die het spreken.

El gobierno quiere asegurar la vitalidad económica de la región.

De regering wil de economische vitaliteit van de regio waarborgen.

Este proyecto carece de vitalidad a largo plazo.

Dit project mist levensvatbaarheid op lange termijn.

Abstracte Betekenissen

Wanneer het wordt gebruikt voor zaken als 'economie' of 'taal', functioneert het woord precies zoals 'vitaliteit' in het Nederlands om aan te geven dat iets gezond is en groeit.

pellejo

peh-YEH-hopeˈʎexo

SustantivoB2Informeel
Gebruik 'pellejo' (informeel) om te verwijzen naar iemands fysieke veiligheid of het risico op gevaar voor het eigen leven.
Een kleine kat die voorzichtig over een smalle houten schutting loopt om veiligheid te bereiken.

Voorbeelden

El bombero se jugó el pellejo para salvar al gato.

De brandweerman riskeerde zijn leven om de kat te redden.

Por fin logramos salvar el pellejo.

We hebben eindelijk ons hachje weten te redden.

No me gustaría estar en su pellejo ahora mismo.

Ik zou nu niet in zijn schoenen willen zitten.

Idiotisch gebruik

In deze uitdrukkingen fungeert 'pellejo' als plaatsvervanger voor je hele lichaam of bestaan.

Verwarring tussen 'vida' en 'vivir'

De meest voorkomende fout is het door elkaar halen van 'vida' (leven als zelfstandig naamwoord) en 'vivir' (leven als werkwoord). Onthoud: 'vida' is het ding (het leven), 'vivir' is de actie (leven).

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.