Hoe zeg je "resident zijn" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “resident zijn” is “vivir” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
VerbA1

Voorbeelden
¿Dónde vives?
Waar woon jij?
Vivo en un apartamento en el centro de la ciudad.
Ik woon in een appartement in het stadscentrum.
Mis padres viven con mi hermano.
Mijn ouders wonen bij mijn broer.
Gebruik 'en' voor Locatie
Om te zeggen waar je woont, gebruik je altijd het woord 'en' na 'vivir'. Bijvoorbeeld: 'Vivo en México' (Ik woon in Mexico).
'Vivir' vs. 'Estar'
Fout: “Estoy en España. (Wanneer je bedoelt dat je er permanent woont)”
Correctie: Gebruik 'vivir' voor je permanente woning: 'Vivo en España.' Gebruik 'estar' voor tijdelijke locatie: 'Ahora estoy en España de vacaciones' (Nu ben ik op vakantie in Spanje).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.