abrir
“abrir” betekent “openen” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
openen
Ook: ontgrendelen
📝 In Actie
Por favor, abre la puerta para que entre el perro.
A1Doe alsjeblieft de deur open zodat de hond binnen kan komen.
Ella siempre abre su libro de texto antes de la clase.
A1Zij slaat haar studieboek altijd open voor de les.
starten, lanceren
Ook: inwijden
📝 In Actie
Van a abrir una nueva tienda de café en mi barrio.
B1Ze gaan een nieuwe koffiezaak in mijn buurt openen (starten).
El presidente abrió el debate con una declaración.
B2De president opende (startte) het debat met een verklaring.
je openstellen, ontvankelijk zijn
Ook: jezelf uiten
📝 In Actie
Me costó mucho abrirme con el psicólogo.
B2Het kostte me veel moeite om me open te stellen (me toe te vertrouwen) aan de psycholoog.
Tienes que abrirte a nuevas posibilidades en tu carrera.
C1Je moet je openstellen voor nieuwe mogelijkheden in je carrière.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "abrir" in het Spaans:
inwijden→je openstellen→jezelf uiten→lanceren→ontgrendelen→ontvankelijk zijn→openen→starten→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: abrir
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'abrir' in zijn figuurlijke zin (starten of lanceren)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *aperire*, wat ook 'openen' betekende. De stam is gerelateerd aan het idee van het verwijderen van een bedekking of barrière. Dit leidde tot het onregelmatige voltooid deelwoord 'abierto' (open), wat een veelvoorkomend patroon is bij Spaanse werkwoorden die rechtstreeks uit het Latijn komen.
Eerste vermelding: Before 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'abrir' een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
'Abrir' is bijna volledig regelmatig (het volgt het standaardpatroon voor -ir werkwoorden). Het voltooid deelwoord – de vorm die in samengestelde tijden of als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt – is echter onregelmatig: 'abierto', niet 'abrido'.
Hoe zeg ik 'Ik opende de deur' versus 'Ik heb de deur geopend'?
'Ik opende de deur' (onvoltooid verleden tijd) is 'Abrí la puerta'. 'Ik heb de deur geopend' (voltooid verleden tijd) gebruikt het onregelmatige deelwoord: 'He abierto la puerta'.


