comenzar
“comenzar” betekent “beginnen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
beginnen, starten
Ook: vertrekken
📝 In Actie
Comienzo mi dieta el lunes.
A1Ik begin maandag aan mijn dieet.
¿A qué hora comienza la película?
A1Hoe laat begint de film?
Ellos comenzaron a estudiar después de la cena.
A2Ze begonnen na het avondeten met studeren.
inaugureren, starten
Ook: afkomstig zijn uit
📝 In Actie
La construcción comenzará en el verano.
B1De bouw zal in de zomer van start gaan.
Su nueva etapa profesional comenzó con un cambio de ciudad.
B2Zijn nieuwe professionele fase begon met een verhuizing.
El debate tiene que comenzar con un resumen de las reglas.
B2Het debat moet beginnen met een samenvatting van de regels.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: comenzar
Vraag 1 van 2
Kies de juiste zin om uit te drukken: 'Ik wil dat ze de vergadering nu beginnen.'
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
'Comenzar' komt van het Oud-Spaanse woord 'començar', dat zelf afstamt van het Vulgair Latijnse *cominitiare. Dit combineerde het voorvoegsel 'co-' (wat 'samen' of 'met' betekent) en 'initiare' (wat 'beginnen' betekent). In wezen betekent het al sinds de Middeleeuwen 'iets op gang brengen'.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Moet ik altijd 'a' gebruiken na 'comenzar'?
Je hebt de 'a' alleen nodig als 'comenzar' onmiddellijk gevolgd wordt door een ander werkwoord (een actie). Bijvoorbeeld: 'Comienzo a leer' (Ik begin te lezen). Als het gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord, zoals 'Comienzo el trabajo', heb je de 'a' niet nodig.
Is 'comenzar' een regelmatig werkwoord?
'Comenzar' is enigszins onregelmatig. Het verandert de klinker 'e' in 'ie' in vier van de zes vormen in de tegenwoordige tijd (ik, jij, hij/zij/het, zij). Het heeft ook een kleine spellingverandering (z naar c) in de 'yo'-vorm van de onvoltooid verleden tijd (preteritum).

