Hoe zeg je "gebeuren" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “gebeuren” is “pasar” — gebruik 'pasar' als je wilt vragen wat er aan de hand is of wat er gebeurt in een algemene, vaak informele, situatie..
pasar
/pa-sar//paˈsaɾ/

Voorbeelden
¿Qué pasa? ¿Por qué estás tan callado?
Wat is er aan de hand? Waarom ben je zo stil?
No te preocupes, no pasa nada.
Geen zorgen, er is niets aan de hand.
Me pasó algo increíble hoy en el trabajo.
Er is me vandaag iets ongelooflijks overkomen op het werk.
Wanneer iets *iemand* overkomt
Om te zeggen dat iets iemand is overkomen, plaats je vaak een klein woordje zoals 'me', 'te' of 'le' vóór 'pasar'. Bijvoorbeeld, 'Me pasó algo' betekent 'Er is mij iets overkomen'.
suceder
soo-seh-DEHR/su.θeˈðeɾ/

Voorbeelden
¿Qué sucedió anoche en la fiesta?
Wat is er gisteravond gebeurd op het feest?
Las cosas suceden por una razón.
Dingen gebeuren om een reden.
Si sucede algo, llámame inmediatamente.
Als er iets gebeurt, bel me dan onmiddellijk.
Onpersoonlijk gebruik
Wanneer we praten over algemene gebeurtenissen, wordt 'suceder' meestal gebruikt in de 'hij/zij/u' vorm (sucede) of de 'zij/u' vorm (suceden), vergelijkbaar met hoe we 'het' gebruiken in het Nederlands ('Het gebeurt').
Verwarring met 'Pasar'
Fout: “Het gebruiken van 'suceder' voor alles terwijl 'pasar' (voorbijgaan/gebeuren) meestal gebruikelijker is in alledaagse gesprekken.”
Correctie: 'Pasar' is de alledaagse keuze, 'suceder' is iets formeler of wordt gebruikt wanneer men om een gedetailleerd verslag van een gebeurtenis vraagt.
ocurrir
/oh-koo-reer//o.kuˈriɾ/

Voorbeelden
¿Qué ocurrió anoche en el parque?
Wat is er gisteravond in het park gebeurd?
Las inundaciones ocurren cada primavera.
De overstromingen gebeuren elk voorjaar.
Si esto vuelve a ocurrir, tendremos que hablar.
Als dit nog eens gebeurt, moeten we praten.
Onpersoonlijk Gebruik
In deze betekenis wordt 'ocurrir' meestal in de derde persoon gebruikt (zoals 'het gebeurt' of 'ze gebeuren') omdat de gebeurtenis of zaak het middelpunt is, niet een persoon die de actie uitvoert. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'het gebeurt'.
Verwarring tussen Transitief en Onpersoonlijk
Fout: “Yo ocurro el problema.”
Correctie: Ocurrió el problema. ('Ocurrir' heeft geen lijdend voorwerp; hetgeen dat gebeurt, is het onderwerp in het Spaans.)
pasan
PAH-sahn/ˈpa.san/

Voorbeelden
En las películas, siempre pasan cosas inesperadas.
In de films gebeuren er altijd onverwachte dingen.
Dicen que estas cosas solo pasan en la televisión.
Ze zeggen dat deze dingen alleen op televisie gebeuren.
Onpersoonlijk Gebruik
Wanneer 'pasan' 'gebeuren' betekent, is het onderwerp meestal een onpersoonlijk zelfstandig naamwoord zoals 'cosas' (dingen) of 'eventos' (gebeurtenissen).
darse
DAR-seh/ˈdaɾse/

Voorbeelden
Este tipo de flor solo se da en climas fríos.
Dit soort bloem groeit/komt alleen voor in koude klimaten.
Si se da la oportunidad, viajaremos.
Als de gelegenheid zich voordoet, zullen we reizen.
¿Se da bien la agricultura en esta zona?
Levert landbouw goede resultaten op in dit gebied?
Onpersoonlijk Gebruik
Wanneer het in deze betekenis wordt gebruikt, gebruikt 'darse' vaak de 'se' vorm, waarbij de focus ligt op de gebeurtenis of het ding, niet op wie de actie uitvoert (bijv. 'el caso se da').
Verwarring tussen 'pasar', 'suceder' en 'ocurrir'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




