Hoe zeg je "doorbrengen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “doorbrengen” is “pasar” — gebruik 'pasar' wanneer je spreekt over het algemeen doorbrengen van tijd, zoals een weekend of vakantie, of simpelweg tijd doorbrengen met mensen..
pasar
/pa-sar//paˈsaɾ/

Voorbeelden
Me encanta pasar tiempo con mis amigos.
Ik hou ervan om tijd door te brengen met mijn vrienden.
Pasamos todo el fin de semana en la playa.
We hebben het hele weekend op het strand doorgebracht.
¿Pasaste un buen día?
Heb je een leuke dag gehad?
'Pasar' versus 'Gastar' voor Tijd
Fout: “Quiero gastar tiempo contigo.”
Correctie: Gebruik 'pasar' voor tijd doorbrengen: 'Quiero pasar tiempo contigo.' Het werkwoord 'gastar' wordt gebruikt voor het uitgeven van geld of het opmaken van middelen, niet voor tijd.
pasan
PAH-sahn/ˈpa.san/

Voorbeelden
Mis padres pasan los inviernos en Florida.
Mijn ouders brengen de winters door in Florida.
Ellas pasan horas charlando en la cafetería.
Zij brengen uren kletsend door in de cafetaria.
Tijd Doorbrengen versus Geld Uitgeven
Onthoud dat Spaans 'pasar' alleen gebruikt voor het doorbrengen van tijd. Als het over geld uitgeven gaat, moet je het werkwoord 'gastar' gebruiken.
'Gastar' Gebruiken voor Tijd
Fout: “Ellos gastan el fin de semana juntos.”
Correctie: Ellos pasan el fin de semana juntos. ('Gastar' betekent geld verspillen of uitgeven.)
Verwarring tussen 'pasar' en 'pasan'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

