Hoe zeg je "gaan" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “gaan” is “ir” — gebruik 'ir' voor algemene beweging naar een bestemming of om te vragen hoe het met iemand gaat..
ir
/eer//iɾ/

Voorbeelden
Voy a la tienda.
Ik ga naar de winkel.
¿Ustedes van al cine esta noche?
Gaan jullie vanavond naar de bioscoop?
Mis padres fueron a España el año pasado.
Mijn ouders zijn vorig jaar naar Spanje gegaan.
¿Cómo te va en el nuevo trabajo?
Hoe gaat het met je bij de nieuwe baan?
Praten over de Toekomst: Ir + a + werkwoord
Een veelgebruikte manier om over de toekomst te praten is door 'ir' te gebruiken als 'going to' in het Engels. Gebruik gewoon de juiste vorm van 'ir', voeg 'a' toe, en dan het actiewerkwoord. Voorbeeld: 'Voy a comer' betekent 'Ik ga eten'.
Gebruik altijd 'a' voor bestemmingen
Wanneer je zegt dat je naar een plaats gaat, heb je bijna altijd het kleine woordje 'a' nodig na 'ir'. Voorbeeld: 'Voy a la playa' (Ik ga naar het strand).
Gebruik van 'ir' met Bijwoorden
Deze betekenis van 'ir' wordt bijna altijd gevolgd door een woord dat beschrijft hoe dingen gaan, zoals 'bien' (goed), 'mal' (slecht), of 'lentamente' (langzaam). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'het gaat goed/slecht' zeggen.
Verwarring tussen 'ir' en 'venir'
Fout: “'Vengo a la tienda ahora.' (Wanneer je momenteel thuis bent, niet in de winkel).”
Correctie: 'Voy a la tienda ahora.' Gebruik 'ir' voor beweging weg van jou (gaan), en 'venir' voor beweging naar jou toe (komen). Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen 'gaan' en 'komen' in het Nederlands.
Vreemde Verleden Tijd Vormen
Fout: “Denken dat de verleden tijd 'yo í' of 'yo fuió' is.”
Correctie: De verleden tijd van 'ir' is totaal anders: 'fui, fuiste, fue...'. Het is vreemd, maar je moet het gewoon uit je hoofd leren. Het goede nieuws? Het is exact hetzelfde als de verleden tijd van 'ser' (zijn)!
irse
/EER-seh//ˈiɾse/

Voorbeelden
Me voy a casa ahora.
Ik ga nu naar huis.
Se fueron de la fiesta muy temprano.
Ze zijn heel vroeg van het feest weggegaan.
Si no te gusta, ¡vete!
Als je het niet leuk vindt, ga dan weg!
Waar is die 'se' voor nodig? ('ir' vs. 'irse')
Zie 'ir' als 'gaan' (de bestemming is belangrijk) en 'irse' als 'weggaan' of 'vertrekken' (het vertrek is belangrijk). Bijvoorbeeld: 'Voy a la tienda' (Ik ga naar de winkel) versus 'Me voy de la tienda' (Ik ga weg van de winkel). In het Nederlands gebruiken we vaak een scheidbaar werkwoord (weggaan) of een voorzetsel (van) om dit verschil aan te geven.
Waar staat het kleine voornaamwoord?
Het voornaamwoord (me, te, se, etc.) staat meestal direct vóór het werkwoord: 'Me voy'. Maar bij gebiedende wijs of wanneer het aan de basisvorm van het werkwoord vastzit, komt het achteraan: '¡Vete!' (Ga weg!) of 'Necesito irme' (Ik moet weggaan).
De 'se' vergeten bij het weggaan
Fout: “Yo voy de la oficina a las cinco.”
Correctie: Yo me voy de la oficina a las cinco. (Ik ga om vijf uur weg van kantoor.) Om te zeggen dat je een plek verlaat, heb je 'irse' nodig, niet alleen 'ir'.
andando
/an-DAHN-doh//anˈdando/

Voorbeelden
Mi abuela está andando más despacio últimamente.
Mijn oma loopt de laatste tijd langzamer.
¿Qué estás haciendo? Estoy andando por el parque.
Wat ben je aan het doen? Ik loop door het park.
Este reloj ha estado andando perfectamente por años.
Dit horloge loopt al jaren perfect.
Vorming van de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (Gerundium)
Gebruik 'andando' na een vorm van het werkwoord 'estar' (zijn) om aan te geven dat een actie nu plaatsvindt: 'Estamos andando' betekent 'Wij zijn aan het lopen/gaan.'
Werkwoorden van Voortzetting
Je kunt 'andando' ook gebruiken na werkwoorden zoals 'seguir' (doorgaan) of 'ir' (gaan) om 'blijven lopen' of 'doorgaan met iets doen' te betekenen.
Verwarring tussen 'Andar' en 'Caminar'
Fout: “Het gebruik van 'andar' wanneer je specifiek bedoelt te wandelen voor lichaamsbeweging of ontspanning (bv. 'Voy a andar por la playa').”
Correctie: Hoewel het begrepen wordt, heeft 'caminar' vaak de voorkeur voor intentioneel, recreatief wandelen. 'Andar' betekent vaak algemener 'bewegen' of 'functioneren' (zoals een machine).
marchar
mar-CHAR/maɾˈtʃaɾ/

Voorbeelden
Los soldados marcharon durante horas bajo la lluvia.
De soldaten marcheerden urenlang in de regen.
La manifestación marchó por el centro de la ciudad.
De demonstratie liep (marcheerde) door het stadscentrum.
El negocio marcha muy bien este trimestre.
De zaak gaat dit kwartaal erg goed.
Pregunté cómo marchaba la construcción de la casa.
Ik vroeg hoe de bouw van het huis vorderde.
Regelmatige -AR Werkwoord
Marchar volgt het standaardpatroon voor alle werkwoorden die eindigen op -ar. Als je het patroon voor één kent, ken je ze allemaal!
Onpersoonlijk Gebruik
Deze betekenis wordt vaak gebruikt in de derde persoon (hij/zij/u) om te praten over niet-menselijke zaken of situaties, zoals vragen '¿Cómo marcha todo?' (Hoe gaat alles?).
pasán
PAH-sahn/ˈpa.san/

Voorbeelden
En las películas, siempre pasan cosas inesperadas.
In de films gebeuren er altijd onverwachte dingen.
Dicen que estas cosas solo pasan en la televisión.
Ze zeggen dat deze dingen alleen op televisie gebeuren.
Onpersoonlijk Gebruik
Wanneer 'pasan' 'gebeuren' betekent, is het onderwerp meestal een onpersoonlijk zelfstandig naamwoord zoals 'cosas' (dingen) of 'eventos' (gebeurtenissen).
vayan
VAH-yahn[ˈβa.ʝan]

Voorbeelden
Espero que los invitados no se vayan tan pronto.
Ik hoop dat de gasten niet zo vroeg weggaan.
Señores, vayan al fondo del pasillo y esperen allí.
Dames/Heren, ga naar het einde van de gang en wacht daar. (Formeel bevel)
No creo que vayan a encontrar un hotel abierto a esta hora.
Ik denk niet dat ze op dit uur een open hotel gaan vinden.
Dubbele Functie van Vayan
Deze vorm heeft twee hoofdfuncties: 1) Het is het bevel (Imperatief) voor 'jullie' (formeel meervoud, 'ustedes'). 2) Het is de speciale vorm (Subjuntivo) voor 'zij' of 'jullie' (formeel meervoud) wanneer men spreekt over wensen, emoties of twijfels.
De Speciale Vorm Uitlokken
Gebruik 'vayan' wanneer het hoofddeel van de zin verlangen of onzekerheid uitdrukt over de actie van het gaan: 'Quiero que vayan' (Ik wil dat zij/jullie gaan).
Verwarring in Bevelen
Fout: “Het gebruiken van 'van' (de simpele tegenwoordige tijd) voor een formeel bevel: *'Ustedes, van a la puerta.'*”
Correctie: Gebruik altijd de 'vayan'-vorm voor een formeel 'jullie'-bevel: 'Ustedes, vayan a la puerta.' (Ga naar de deur.)
Subjuntivo versus Indicativo
Fout: “Het gebruiken van de simpele indicatieve tijd na twijfel: *'Dudo que ellos van a la fiesta.'*”
Correctie: Twijfel vereist de speciale vorm: 'Dudo que ellos vayan a la fiesta.' (Ik betwijfel of zij naar het feest gaan.)
Verwarring tussen 'ir' en 'irse'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.





