marchar
“marchar” betekent “marcheren” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
marcheren, lopen
Ook: paraderen, gaan
📝 In Actie
Los soldados marcharon durante horas bajo la lluvia.
A2De soldaten marcheerden urenlang in de regen.
La manifestación marchó por el centro de la ciudad.
B1De demonstratie liep (marcheerde) door het stadscentrum.
weggaan, vertrekken
Ook: vertrekken
📝 In Actie
Nos marchamos después de la cena para no molestar.
B1We zijn na het eten weggegaan om niemand te storen.
¿A qué hora te vas a marchar mañana?
A2Hoe laat ga je morgen vertrekken?
werken, gaan
Ook: draaien, gaan (goed/slecht)
📝 In Actie
El negocio marcha muy bien este trimestre.
B2De zaak gaat dit kwartaal erg goed.
Pregunté cómo marchaba la construcción de la casa.
C1Ik vroeg hoe de bouw van het huis vorderde.
El motor ya no marcha, creo que está roto.
B2De motor werkt niet meer, ik denk dat hij kapot is.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "marchar" in het Spaans:
draaien→gaan→lopen→marcheren→paraderen→vertrekken→weggaan→werken→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: marchar
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'marchar' in de figuurlijke zin van 'functioneren of vorderen'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Oudfrankische woord *markōn*, wat 'markeren' of 'een grens afbakenen' betekende, en evolueerde in het Spaans naar 'langs een route lopen' en later 'vertrekken'.
Eerste vermelding: Medieval Spanish (c. 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'marchar' een sterk synoniem voor 'caminar' (lopen)?
Ja, maar 'marchar' suggereert vaak een iets bewuster, formeler of gemeten tempo dan 'caminar'. Het is perfect voor wanneer mensen in een rij of processie lopen.
Hoe gebruik ik 'la marcha'?
'La marcha' is de zelfstandige naamwoordvorm en heeft een paar veelvoorkomende betekenissen: 'het tempo' (bijv. 'a buen marcha' = in een goed tempo), 'de versnelling' in een auto, of 'een mars/demonstratie'.


