Hoe zeg je "marcheren" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “marcheren” is “marchar” — gebruik 'marchar' wanneer de nadruk ligt op het lopen zelf, vaak over een langere afstand of gedurende een langere tijd, zoals een militaire mars.
marchar
mar-CHARmaɾˈtʃaɾ

Voorbeelden
Los soldados marcharon durante horas bajo la lluvia.
De soldaten marcheerden urenlang in de regen.
La manifestación marchó por el centro de la ciudad.
De demonstratie liep (marcheerde) door het stadscentrum.
Regelmatige -AR Werkwoord
Marchar volgt het standaardpatroon voor alle werkwoorden die eindigen op -ar. Als je het patroon voor één kent, ken je ze allemaal!
desfilar
des-fee-LAHRdesfiˈlaɾ

Voorbeelden
Los soldados desfilan por la calle principal.
De soldaten paraderen door de hoofdstraat.
Mucha gente desfiló ante el monumento para mostrar respeto.
Veel mensen marcheerden langs het monument om respect te tonen.
Mañana desfilaremos en las fiestas del pueblo.
Morgen marcheren we mee in het stadsfeest.
Altijd in een rij
Gebruik dit woord als de beweging georganiseerd is of in een reeks plaatsvindt. Als mensen willekeurig lopen, gebruik dan 'caminar'.
Beweging langs een punt
Wanneer mensen in een rij langs een persoon of monument lopen, gebruiken we het woord 'ante' (wat 'voor' of 'langs' betekent).
Verwarring met gewoon lopen
Fout: “Desfilo al supermercado.”
Correctie: Camino al supermercado. (Omdat je niet in een formele optocht bent om melk te kopen!)
Marchar vs. Desfilar
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

