Hoe zeg je "paraderen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “paraderen” is “marchar” — gebruik 'marchar' als je het hebt over het in georganiseerd verband lopen, zoals soldaten die defileren of mensen die demonstreren..
marchar
mar-CHAR/maɾˈtʃaɾ/

Voorbeelden
Los soldados marcharon por la plaza principal.
De soldaten marcheerden over het hoofdplein.
Los soldados marcharon durante horas bajo la lluvia.
De soldaten marcheerden urenlang in de regen.
La manifestación marchó por el centro de la ciudad.
De demonstratie liep (marcheerde) door het stadscentrum.
Regelmatige -AR Werkwoord
Marchar volgt het standaardpatroon voor alle werkwoorden die eindigen op -ar. Als je het patroon voor één kent, ken je ze allemaal!
pasear
/pah-seh-AHR//pa.seˈaɾ/

Voorbeelden
Vamos a pasear por el parque esta tarde.
We gaan vanmiddag door het park wandelen.
¿Puedes pasear al perro después de cenar?
Kun jij de hond uitlaten na het avondeten?
Mi abuelo siempre me paseaba en su coche viejo.
Mijn opa nam me altijd mee voor een ritje in zijn oude auto.
Actie op een Object
Wanneer je 'pasear' zonder voornaamwoord gebruikt (zoals 'me' of 'se'), betekent het dat je iemand of iets anders uitlaat (het object).
Gebruik van 'Pasear' voor Simpel Lopen
Fout: “Voy a pasear a la tienda. (Ik ga naar de winkel lopen.)”
Correctie: Voy a caminar a la tienda. ('Pasear' impliceert een rustige wandeling, niet simpelweg transport.)
Marchar vs. Pasear
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

